ECLI:NL:PHR:2002:AE0629
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over rechtsgeldigheid en toepassing Wet herstructurering varkenshouderij en individuele verzetmogelijkheden
Deze zaak betreft het cassatieberoep van de Nederlandse Vakbond van Varkenshouders (NVV) en andere eisers tegen de Staat over de rechtsgeldigheid en toepassing van de Wet herstructurering varkenshouderij (Whv). De procedure omvat meerdere kort gedingen en een bodemprocedure waarin de Whv deels buiten toepassing werd verklaard.
De Hoge Raad bevestigt dat individuele varkenshouders zich op grond van art. 3:305a lid 5 BW kunnen verzetten tegen de werking van een collectief vonnis, tenzij de aard van de uitspraak zich daartegen verzet. De Staat mocht de varkenshouders informeren over deze mogelijkheid, wat gezien de bijzondere taak van de overheid passend was. Wel werd geoordeeld dat de Staat onzorgvuldig was door in brieven te dreigen met strafvervolging op grond van een voorgenomen noodwet met terugwerkende kracht.
De Hoge Raad verwierp de meeste klachten van NVV c.s. en bekrachtigde het oordeel van het hof dat de Staat de brieven mocht versturen en dat het stellen van een termijn voor het retourneren van verklaringen van geen bezwaar niet onzorgvuldig was. Wel werd erkend dat de dreiging met strafvervolging onzorgvuldig was, maar een rectificatie daarvan was niet noodzakelijk. Het incidenteel cassatieberoep van de Staat werd toegewezen, waarmee het arrest van het hof en het vonnis van de president van 4 mei 1999 werden vernietigd en de vorderingen van de eisers werden afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van NVV c.s. en vernietigde het incidenteel cassatieberoep van de Staat, waarbij de vorderingen van de eisers werden afgewezen.