ECLI:NL:PHR:2002:AD7272
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schenking en waardering aandelen bij verkoop tussen familieleden
In deze zaak gaat het om de verkoop van aandelen door een vader aan zijn zoons tegen een prijs die lager is dan de waarde in het economische verkeer, waarbij de Belastingdienst een schenking vermoedt.
De Hoge Raad bespreekt de juridische criteria voor het aannemen van een schenking, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen formele en materiële schenkingen en het vereiste van vrijgevigheid. Tevens wordt ingegaan op de toerekening van kennis van deskundigen aan de opdrachtgever en de waardering van aandelen inclusief de claim voor latente vennootschapsbelasting.
Het hof had geoordeeld dat de vader de bevoordeling van zijn zoons heeft beoogd en dat de intrinsieke waarde volgens de balans geen juiste maatstaf was. De Hoge Raad constateert dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de vrijgevigheid aan de vader kan worden toegerekend en dat het oordeel onbegrijpelijk is. Ook is het oordeel over de latente vennootschapsbelasting niet onbegrijpelijk.
De conclusie is dat het cassatieberoep deels gegrond is, het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander hof voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het cassatieberoep is deels gegrond verklaard, het arrest vernietigd en de zaak verwezen naar een ander hof.