ECLI:NL:PHR:2002:AD3617
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over aftrekbaarheid betaling voor optierechten binnen fiscale eenheid
Belanghebbende, een moedermaatschappij, vormde een fiscale eenheid met haar dochtermaatschappij. De dochter had aan werknemers en een adviseur optierechten toegekend op nieuw uit te geven aandelen. Om verwatering van haar aandelenbelang te voorkomen, kocht belanghebbende deze opties in december 1994 terug voor een bedrag van ƒ 140.000 en wilde dit bedrag in aftrek brengen op haar winst.
Het Hof 's-Hertogenbosch stond deze aftrek toe, stellende dat de afkoop van verplichtingen van de dochter geen onttrekking was en dat de betaling geen kapitaalstorting betrof. De Inspecteur was het hier niet mee eens en ging in cassatie bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad bevestigt dat binnen de fiscale eenheid de dochtermaatschappij wordt geacht in de moeder op te gaan, waardoor betalingen voor niet in bezit zijnde aandelen of opties niet aftrekbaar zijn. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en bevestigt de uitspraak van de Inspecteur dat de betaling van ƒ 140.000 niet ten laste van de winst mag worden gebracht.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de betaling van ƒ 140.000 voor optierechten niet aftrekbaar is van de belastbare winst van de moedermaatschappij binnen de fiscale eenheid.