ECLI:NL:PHR:2001:AB3200
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vereiste motivering bij kostenverweer in ontnemingsmaatregel mensenhandel
De zaak betreft een ontnemingsvordering tegen verzoeker, die voordeel zou hebben behaald uit mensenhandel met twee vrouwen die tot prostitutie werden gebracht. Het Hof Leeuwarden legde een betalingsverplichting op van ƒ 47.601,=, maar gaf geen gemotiveerde beslissing op het verweer dat rekening gehouden moest worden met ƒ 24.600 aan kosten die verzoeker had gemaakt voor woning en levensonderhoud van één van de vrouwen.
De Hoge Raad oordeelt dat het ontbreken van een gemotiveerde beslissing op een voldoende onderbouwd kostenverweer in strijd is met de procesregels (art. 358 en Pro 359 Sv) en leidt tot nietigheid van het arrest. De Hoge Raad benadrukt dat de rechter bij de bepaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel niet verplicht is kosten in mindering te brengen, maar wel gemotiveerd moet beslissen op een dergelijk verweer.
Verder bespreekt de Hoge Raad de parlementaire geschiedenis en rechtspraak omtrent de draagkracht van de veroordeelde en de motiveringsplicht bij ontnemingsmaatregelen. De zaak wordt terugverwezen naar een ander gerechtshof voor hernieuwde berechting waarbij het kostenverweer gemotiveerd moet worden beoordeeld.
Deze uitspraak verduidelijkt de eisen aan de motivering bij ontnemingsmaatregelen en het belang van een zorgvuldige beoordeling van kostenverweren die het geschatte voordeel kunnen beïnvloeden.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd wegens het ontbreken van een gemotiveerde beslissing op het kostenverweer en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe berechting.