ECLI:NL:PHR:2001:AB2372
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling terugvordering onterecht ontvangen bijstand en motiveringsplicht rechtbank
De zaak betreft een terugvorderingsgeschil tussen verzoekster en de gemeente Nieuwegein over onterecht ontvangen bijstand in de periode 1991-1996. De gemeente had de bijstand beëindigd en vorderde terugbetaling van ruim 117.000 gulden wegens niet-vermelde inkomsten uit schilderswerkzaamheden van verzoeksters echtgenoot.
De kantonrechter veroordeelde verzoekster en haar echtgenoot hoofdelijk tot terugbetaling. De rechtbank Utrecht bekrachtigde deze beslissing zonder nadere motivering, waarbij zij verwees naar het verweer van de gemeente en een strafrechtelijk arrest tegen de echtgenoot. Verzoekster stelde cassatieberoep in tegen deze summiere beoordeling.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt waarom de grieven van verzoekster zijn verworpen, waardoor de beschikking niet voldoet aan de motiveringsplicht volgens de Grondwet en procesregels. Ook is onduidelijk of de rechtbank bevoegd was gezien de wijziging in rechtsgang voor terugvorderingszaken na 1 juli 1997. Daarnaast is onvoldoende onderbouwd waarom geen betalingsregeling is toegestaan.
De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank Utrecht voor een nieuwe, gemotiveerde beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor een nieuwe gemotiveerde beslissing.