ECLI:NL:HR:2000:AA5166
Hoge Raad
- Cassatie
- Herrmann
- Van der Putt-Lauwers
- Fleers
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens termijnoverschrijding bij terugvordering bijstandskosten
De zaak betreft een verzoek van de gemeente tot terugvordering van bijstandskosten van eiser en diens partner, dat door de kantonrechter en rechtbank werd toegewezen en bekrachtigd. Tegen de eindbeschikking van de rechtbank stelde eiser beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het cassatieberoep aan de hand van de toen geldende regels van de Algemene bijstandswet (Abw) en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Het cassatieberoep was ingediend na de wettelijke termijn van twee maanden na dagtekening van de beschikking, waardoor het beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
Eiser voerde aan dat de termijnoverschrijding gerechtvaardigd was op grond van internationale verdragen en de Algemene wet bestuursrecht (Awb), maar de Hoge Raad verwierp deze argumenten. Er was voldoende tijd om het beroep binnen de termijn in te dienen, en het beroep op een wirwar van regels werd niet als verschoonbaar erkend.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk en bevestigde daarmee de eerdere beslissingen van de lagere instanties.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn.