ECLI:NL:HR:2000:AA5408
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Mijnssen
- raadsheer Neleman
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Van der Putt-Lauwers
- raadsheer Hammerstein
- raadsheer Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling terugvordering bijstand en toepasselijkheid interingsmethodiek
De zaak betreft een geschil tussen de Gemeente Haren en een bijstandontvanger over de terugvordering van onterecht ontvangen bijstand op grond van de Rijksgroepsregeling Werkloze Werknemers (RWW). De Gemeente vorderde betaling van ƒ 91.505,04 vermeerderd met wettelijke rente, terwijl de bijstandontvanger zich beroept op een vervaltermijn en de hoogte van het bedrag betwist.
De kantonrechter stelde het terug te vorderen bedrag vast op ƒ 43.794,37 en wees de gevorderde wettelijke rente af. De rechtbank bekrachtigde dit in hoger beroep, maar veroordeelde de bijstandontvanger alsnog tot betaling van wettelijke rente vanaf de dag van het verzoekschrift. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank onduidelijkheid gaf over de toepassing van de interingsmethodiek, die bepaalt hoe het vermogen van de bijstandontvanger in mindering kan worden gebracht.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de wettelijke rente pas verschuldigd is vanaf het moment dat de rechter het terug te betalen bedrag heeft vastgesteld en dat de rechtbank ten onrechte de rente vanaf het verzoekschrift liet ingaan zonder ingebrekestelling of duidelijke verzuimdatum.
De Hoge Raad vernietigde daarom de beschikking van de rechtbank en verwees de zaak terug naar het hof voor nadere behandeling en beslissing. Tevens werd de Gemeente veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank en verwijst de zaak naar het hof voor verdere behandeling.