ECLI:NL:PHR:2001:AB0635
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest Hof over fiscale-eenheidvoorwaarde 17 en dubbele belastingheffing
Belanghebbende, moedermaatschappij van een fiscale eenheid, maakte bezwaar tegen de toepassing van fiscale-eenheidvoorwaarde 17, die de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting beperkt bij buitenlandse winst van dochtermaatschappijen. Het Hof verwierp dit bezwaar en oordeelde dat de voorwaarde binnen de wettelijke grenzen bleef en niet in strijd was met het belastingverdrag met Zweden.
De Hoge Raad stelt echter vast dat het Hof een onjuiste rechtsopvatting hanteerde. De voorwaarde 17 gaat in tegen het wezen van de fiscale eenheid door het effect van consolidatie te negeren en leidt tot een beperking die niet door art. 15, derde lid, Wet Vpb. 1969 wordt gedekt. De Hoge Raad concludeert dat de voorwaarde onverbindend is en vernietigt het arrest van het Hof en de aanslag.
De conclusie bevat tevens een uitgebreide analyse van de wettelijke regeling van fiscale eenheid, de bevoegdheid van de Minister om voorwaarden te stellen, de toetsing door de rechter en de jurisprudentie omtrent de toepassing van belastingverdragen binnen fiscale eenheden. De conclusie benadrukt het belang van het respecteren van de consolidatie binnen de fiscale eenheid en het voorkomen van willekeurige en onredelijke belastingheffing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en acht fiscale-eenheidvoorwaarde 17 onverbindend, waardoor de aanslag vennootschapsbelasting wordt verminderd.