ECLI:NL:PHR:2007:AV5024
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrek ter voorkoming dubbele belasting bij forfaitaire vermogensrendementsheffing in box 3
Belanghebbende kocht in 2002 een onroerende zaak in Frankrijk met een gelijke hypothecaire lening. Bij de aangifte in box 3 werd de waarde van het pand en de schuld aangegeven, maar de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting werd berekend zonder rekening te houden met de schuld. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond omdat de grondslag voor de aftrek zowel de waarde van het pand als de schuld omvatte, waardoor de aftrek nihil was.
Belanghebbende stelde in cassatie dat de forfaitaire vermogensrendementsheffing in box 3 het karakter heeft van een vermogensbelasting en dat de term 'bestanddelen' in het verdrag Nederland-Frankrijk niet in netto-betekenis moet worden uitgelegd. De conclusie van de A-G bevestigt dat de forfaitaire heffing nationaal als inkomstenbelasting wordt gekwalificeerd, maar internationaal leidt dit niet automatisch tot saldering van bezittingen met schulden bij de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting.
De Hoge Raad volgt de lijn dat zonder een uitdrukkelijke wettelijke of verdragsbepaling die een relatie legt tussen bezittingen en schulden, saldering niet aan de orde is. Het verdrag Nederland-Frankrijk bevat geen dergelijke bepalingen. De systematiek van box 3 wijkt af van de oude vermogensbelasting en kent geen directe koppeling tussen bezittingen en schulden. Hierdoor is de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting nihil in deze zaak.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat bij de forfaitaire vermogensrendementsheffing in box 3 geen saldering van buitenlandse onroerende zaken met de hypothecaire schuld plaatsvindt voor de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting.