ECLI:NL:PHR:2001:AA9389
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over plaats van dienst en vrijstelling omzetbelasting voor merchant- en investmentbankers en ratingbureaus
In deze zaak staat centraal de vraag of de diensten die merchant- en investmentbankers en ratingbureaus aan een Nederlandse belanghebbende hebben verricht, geacht moeten worden in Nederland te zijn verricht en of deze diensten onder de vrijstelling voor bancaire prestaties vallen.
De Hoge Raad bevestigt dat de diverse activiteiten van merchant- en investmentbankers, waaronder advisering, bemiddeling en procesmanagement, als één dienst kunnen worden beschouwd. Deze dienst valt onder de categorie van raadgevende diensten zoals genoemd in art. 6, lid 2, onderdeel d, 3° Wet OB 1968. De diensten zijn zodanig met elkaar verbonden dat zij functioneel en causaal samenhangen.
De Hoge Raad oordeelt dat de vrijstelling voor bancaire prestaties niet van toepassing is op deze adviserende diensten, omdat deze vrijstelling beperkt is tot handelingen die direct samenhangen met de aan- en verkoop van effecten, en niet op voorbereidende of adviserende werkzaamheden. Ook de diensten van ratingbureaus worden niet als soortgelijke diensten van accountants aangemerkt, maar vallen onder de bredere categorie van financiële verrichtingen die belast zijn.
Het Hof Amsterdam had de naheffingsaanslag verminderd voor de diensten van ratingbureaus, maar de Hoge Raad vernietigt dit oordeel en bevestigt de naheffing. De uitspraak van het Hof wordt vernietigd en de uitspraak van de Inspecteur bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en bevestigt de naheffingsaanslag omzetbelasting voor de diensten van merchant- en investmentbankers en ratingbureaus.