ECLI:NL:HR:1996:AA1965
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over omzetbelasting naheffingsaanslag en verwijst terug
Belanghebbende, exploitant van een autotransport- en bergingsbedrijf, voerde werkzaamheden uit voor een gemeente waaronder het verhuren van containers voor vuilnisafvoer, het transport van vuilnis en de verwerking daarvan. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op, waarbij werd gesteld dat naast de verhuur van containers ook het afvoeren van huisvuil als belastbare prestatie gold.
Het Hof oordeelde dat de verrichte handelingen een onsplitsbaar samenstel van prestaties vormden en dat de verhuur van containers niet als afzonderlijke prestatie kon worden beschouwd. Dit oordeel werd in cassatie deels verworpen: de Hoge Raad stelde dat de verhuur van containers en de overige handelingen niet als één prestatie konden worden gezien, maar dat het transport en de verwerking van vuilnis wel één dienst vormden.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het Hof ten onrechte belanghebbende niet-ontvankelijk had verklaard in beroep tegen de resterende naheffingsaanslagverhoging. De zaak werd vernietigd en verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling, met de opdracht om te onderzoeken of en in hoeverre de verhoging verminderd moet worden. Proceskosten werden aan belanghebbende toegewezen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofuitspraak en verwijst zaak terug voor nader onderzoek naar vermindering van de naheffingsaanslagverhoging.