ECLI:NL:HR:1997:AA3267
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- De Moor
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt belastingheffing over beheersvergoeding vermogensbeheer
Belanghebbende, een Nederlandse tak van een Frans verzekeringsconcern, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de jaren 1988 tot en met 1991. Deze aanslag betrof een bedrag gerelateerd aan beheersvergoedingen die aan de Franse moedermaatschappij werden betaald voor vermogensbeheer op basis van een overeenkomst.
Het Gerechtshof Amsterdam vernietigde de eerdere uitspraak van de Inspecteur en stelde de naheffingsaanslag lager vast, waarbij het oordeelde dat de diensten voornamelijk advieswerkzaamheden betroffen en niet vielen onder de vrijgestelde bemiddelingsdiensten. Het Hof liet in het midden of de diensten onder het derde of vijfde lid van artikel 6, onderdeel d, van de Wet op de omzetbelasting 1968 vielen, maar bepaalde dat de diensten belast waren.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof dat de beheersvergoeding omzetbelastingplichtig is, wees het beroep in cassatie af en oordeelde dat de diensten als advieswerkzaamheden moeten worden beschouwd. De Hoge Raad stelde dat de plaats van dienst de vestigingsplaats van belanghebbende is en dat de vrijstelling niet van toepassing is op de onderhavige diensten.
De Hoge Raad wees tevens een veroordeling in proceskosten af en stelde het arrest in openbaarheid vast op 20 augustus 1997.
Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen en de naheffingsaanslag omzetbelasting over de beheersvergoeding blijft van kracht.