ECLI:NL:HR:2000:AA4983
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat managementdiensten niet belast zijn als advisering of personeelsverstrekking voor omzetbelasting
Belanghebbende, X B.V., kreeg een naheffingsaanslag opgelegd voor omzetbelasting over de periode 1992-1994 omdat zij geen btw rekende over managementdiensten aan haar Belgische dochtervennootschappen. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag verminderd, maar het Hof oordeelde dat de diensten niet onder de vrijstellingsbepalingen van artikel 6, lid 2, onderdeel d, punt 3 en 6 van de Wet op de omzetbelasting 1968 vielen.
Het Hof stelde vast dat de managementactiviteiten van X B.V. meer omvatten dan enkel advisering en niet gelijkgesteld kunnen worden met het beschikbaar stellen van personeel, omdat de directeur van X B.V. niet onder aanwijzing van de dochtervennootschappen werkte. Ook werd geoordeeld dat de werkzaamheden niet vergelijkbaar zijn met die van een commissaris zoals bedoeld in de Staatssecretarisresolutie van 1986.
De Hoge Raad bevestigt deze oordelen en wijst het cassatieberoep af. Er is geen aanleiding voor een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie, omdat de uitleg van de relevante EU-richtlijn volgens het Hof helder is. Tevens worden proceskosten niet toegewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van X B.V. wordt verworpen; de naheffingsaanslag wordt gehandhaafd zoals verminderd door het Hof.