Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Overwegingen van de rechtbank
Toepassing vrijstelling artikel 11, eerste lid, letter i, onder 2º van de Wet OB
5.Beoordeling van het geschil
doorbanken, maar ook op prestaties
aanbanken. Zij betoogt dat, nu haar activiteiten bestaan uit het verstrekken van leningen, zij kwalificeert als exploitant van het bankbedrijf, zodat zij rechtstreeks een beroep kan doen op de bankenresolutie. Aan de daarin neergelegde zinsnede dat
‘alle prestaties welke betrekking hebben op effecten en andere waardepapieren’onder de vrijstelling vallen, ontleent zij het vertrouwen dat de diensten van de dienstverleners zijn vrijgesteld van omzetbelasting.
boekenonderzoek e.d. inzake krediet’als genoemd in de bijlage behorend bij de bankenresolutie. Het oordeel van de rechtbank dat de dienstverlening betrekking heeft op de uitgifte van obligaties en niet op kredietverlening, acht belanghebbende onbegrijpelijk, een obligatielening is immers kredietverlening.
aanbieden, deze diensten op grond van de bankenresolutie delen in de vrijstelling De inspecteur heeft deze stelling van belanghebbende weersproken en aangevoerd (zie daarvoor het proces-verbaal van de zitting bij de rechtbank): ‘
Banken bieden deze diensten[Hof: credit rating services]
niet aan’.Desgevraagd ter zitting bij het Hof heeft belanghebbende geen gevallen kunnen noemen ter onderbouwing van haar stelling dat banken creditratingdiensten aanbieden, laat staan met toepassing van een vrijstelling, zodat zij reeds daarom niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een ongelijke behandeling van gelijke gevallen.
afnemen, deze diensten op grond van de bankenresolutie delen in de vrijstelling. Ook dit betoog faalt. Ter toelichting dient het volgende. De bankenresolutie vermeldt: ‘
Ter bevordering van een uniforme gedragslijn inzake de toepassing van de omzetbelastingwetgeving ten aanzien van de onderwerpelijke bedrijfstak gaat als bijlage hiernevens een voorbeeldsgewijs samengesteld en als richtsnoer bedoeld overzicht van vrijgestelde en belastebankverrichtingen[onderstreping Hof].’ Uit de term ‘bankverrichtingen’ leidt het Hof af dat de resolutie betrekking heeft op verrichtingen
doorbanken en niet op verrichtingen
aanbanken. De inspecteur heeft dienaangaande bij de rechtbank bovendien aangevoerd:
Het is denkbaar dat een bank zelf dit soort diensten zou afnemen. In dat geval zouden de diensten ook belast zijn. (…) De bankenresolutie ziet niet op prestaties aan een bank’
Het beginsel van fiscale neutraliteit moet aldus worden uitgelegd dat een verschil in behandeling (…) van diensten die vanuit het oogpunt van de consument gelijk of soortgelijk zijn en aan dezelfde behoeften van deze laatste voldoen, volstaat om te kunnen spreken van schending van dat beginsel. Om van schending te kunnen spreken hoeft dus niet tevens te worden aangetoond dat daadwerkelijk sprake is van mededinging tussen de betrokken diensten of verstoring van de mededinging wegens dat verschil in behandeling”.
7.Beslissing
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op
www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.