ECLI:NL:PHR:1996:40
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verandering omstandigheden en bewijsaanbod in rekestprocedure
De zaak betreft de ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een schoonmaker bij Martinair Holland N.V. wegens verandering van omstandigheden, waarbij de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbond omdat er geen passend werk meer beschikbaar was. De verzoeker tot cassatie was sinds 1993 arbeidsongeschikt en kon slechts eenvoudige schoonmaakwerkzaamheden verrichten, die waren uitbesteed aan derden.
De kantonrechter achtte de stellingen van Martinair aannemelijk en ontbond de arbeidsovereenkomst zonder vergoeding. De verzoeker stelde in hoger beroep dat zijn bewijsaanbod onterecht was gepasseerd, wat zou leiden tot schending van fundamentele rechtsbeginselen en een oneerlijke behandeling.
De Hoge Raad oordeelde dat het passeren van een bewijsaanbod in een rekestprocedure slechts schending van fundamentele beginselen oplevert indien het beginsel van hoor en wederhoor wordt veronachtzaamd. Dit was hier niet het geval, omdat Martinair voldoende aannemelijk had gemaakt dat er geen passend werk was en verzoeker alle gelegenheid had gehad om te reageren.
Verder werd bevestigd dat art. 192 lid 1 Rv Pro niet van toepassing is op rekestprocedures en dat de beschikking van de kantonrechter openbaar was gegeven. Het beroep werd verworpen, waarmee de ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de ontbinding van de arbeidsovereenkomst blijft in stand.