ECLI:NL:PHR:2011:BP5620
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Schending hoor en wederhoor door onjuiste oproeping in ontbindingsprocedure arbeidsovereenkomst
In deze zaak gaat het om de ontbinding van een arbeidsovereenkomst tussen DHL en een werknemer op St. Maarten. De werknemer is niet verschenen bij de zittingen in eerste aanleg omdat de oproepingsbrieven naar een onjuist adres waren gestuurd, veroorzaakt door een administratieve fout van de afdeling Burgerzaken van St. Maarten.
Het Gemeenschappelijk hof heeft vastgesteld dat de werknemer niet op andere wijze op de hoogte was gesteld van de procedure, waardoor het fundamentele rechtsbeginsel van hoor en wederhoor is geschonden. Dit beginsel vereist dat partijen gelijke kansen krijgen om hun standpunt te presenteren.
De Hoge Raad bevestigt dat in een dergelijke situatie het rechtsmiddelenverbod van artikel 7A:1615w lid 8 BWNA kan worden doorbroken. De oproeping aan het verkeerde adres wordt gelijkgesteld aan een niet-correcte oproeping, wat een onaanvaardbaar resultaat oplevert en de toegang tot een eerlijk proces belemmert.
De conclusie van de Procureur-Generaal is dan ook dat het cassatieberoep moet worden verworpen, waarmee de beslissing van het Gemeenschappelijk hof wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens schending van het beginsel van hoor en wederhoor door onjuiste oproeping.