Uitspraak
1.De zaak in het kort
Het verdere verloop van de procedure
3.De beoordeling
Creditstaat op de laatste regel het bedrag Afl. 239.986.
Creditstaat op de laatste regel het bedrag Afl. 532.791.
payment on loan. Daarnaast werden er rentebedragen van ongeveer Afl. 5.000 per maand afgeschreven.
drawdown on non-revolving loan. Op 9 november 2004 heeft CMB Afl. 64.000 op dezelfde bankrekening gecrediteerd, eveneens als
drawdown on non-revolving loan. Op 1 december 2004 heeft CMB Afl. 64.218 op die bankrekening gecrediteerd met de omschrijving
final disbursement dwelling is being lived-in already. Het totaal van deze crediteringen is Afl. 800.000. Op een bewijs van de creditering van 1 december 2004 staat dat bankrekening [bankrekeningnummer 1] op naam van zowel de man als de vrouw staat. Op de bewijzen van de andere crediteringen staat dat de bankrekening alleen op naam van de man staat. In een e-mail van 28 april 2015 van een medewerkster van CMB aan de advocaat van de vrouw staat dat de bankrekening niet op naam van de vrouw staat.
payment on loanof
loan payment(in totaal negentien betalingen).
payment past dueéén maandtermijn en een bericht van CMB van 13 juni 2014 vermeldt als
payment past duedrie maandtermijnen. Die berichten wijzen erop dat de laatste betaling in februari 2014 is gedaan. Weliswaar heeft de man een
detailed history summaryovergelegd die een betaling op 1 april 2014 vermeldt (productie 11 bij inleidend verzoekschrift), maar die heeft hij na de betwisting van de vrouw niet toegelicht. In het licht hiervan heeft de man onvoldoende gemotiveerd zijn stelling gehandhaafd dat hij de betalingen in maart en april 2014 heeft gedaan. Het Hof gaat daarom ervan uit dat hij die betalingen niet heeft gedaan. Aan (tegen)bewijslevering op het punt van de betalingen van de maandtermijnen komt het Hof niet toe (zie middelonderdeel 2.8 in cassatie).
to pay off the overdraft on your personal account at the Bank, maar deze
overdraftis volgens de man (geheel of gedeeltelijk) ontstaan doordat hij vanuit die rekeningen betalingen ten behoeve van de woning heeft gedaan. De vrouw heeft dat betwist. In zijn vonnis van 11 mei 2021 heeft het Hof onder 3.13, eerste volzin, uitdrukkelijk overwogen dat de man geen recht heeft op vergoeding van dit bedrag, omdat hij niet heeft kunnen aantonen dat hij de schuld is aangegaan ten behoeve van de woning. In die overweging heeft het Hof op p. 6 geoordeeld dat de vordering van de man gecorrigeerd moet worden met Afl. 145.000. Daarmee doelde het Hof op een correctie in het voordeel van de vrouw. Deze oordelen zijn in cassatie niet bestreden. Zij gelden daarom nu als uitgangspunt. Hetgeen de vrouw in cassatie in middelonderdeel 7.1 heeft aangevoerd, kan verder onbesproken blijven.