Uitspraak
Uitspraak
1.Procesverloop
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Oordeel van het Gerecht
Inhoudelijk
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende, erfgenaam van een in 2014 overleden erflater, kreeg een aanslag successiebelasting opgelegd over de verkrijging van een onroerende zaak in Aruba. De aanslag werd opgelegd in december 2019, terwijl de landsverordening successiebelasting (LvSb) per 1 juli 2018 was ingetrokken zonder overgangsregeling. Het Gerecht vernietigde de aanslag en het Gemeenschappelijk Hof bevestigt dit oordeel in hoger beroep.
De Inspecteur voerde aan dat aanslagen ook na intrekking opgelegd kunnen worden voor verkrijgingen vóór 1 juli 2018 en dat het arrest van de Hoge Raad uit 2017 niet van toepassing zou zijn. Het Hof oordeelt echter dat de intrekking zonder overgangsregeling onmiddellijke werking heeft, waardoor de Inspecteur geen bevoegdheid meer had tot het opleggen van de aanslag.
Het Hof wijst erop dat de wettelijke grondslag voor de aanslag ontbrak op het moment van oplegging, ondanks het feit dat de belastingschuld in 2014 was ontstaan. De Inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Inspecteur wordt ongegrond verklaard en de aanslag successiebelasting 2014 wordt vernietigd.