Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.OVERWEGINGEN
Ontvankelijkheid beroep
3.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
4.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Belanghebbende diende op 14 februari 2018 bezwaar in tegen aanslagen inkomstenbelasting en verzuimboetes voor de jaren 2008 tot en met 2011. De Inspecteur nam echter niet tijdig een beslissing op dit bezwaar. Belanghebbende verzocht op 8 mei 2019 om spoedige behandeling, wat als beroep tegen het niet tijdig beslissen werd aangemerkt.
Het Gerecht oordeelde dat het beroep ontvankelijk is omdat het binnen de wettelijke termijn van twaalf maanden tegen het niet tijdig beslissen is ingesteld. De Inspecteur heeft nog steeds geen beslissing genomen, waardoor het beroep gegrond is. Het Gerecht zag af van het opleggen van een opdracht aan de Inspecteur om alsnog te beslissen, omdat dit geen effect zou hebben.
Het bezwaar zelf werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het ruim na de wettelijke termijn van twee maanden was ingediend en belanghebbende geen verschoonbare omstandigheden had aangevoerd. Proceskosten werden vastgesteld op NAf 87,50 en de betaalde griffierechten van NAf 400 werden aan belanghebbende vergoed.
De zitting vond plaats op 12 februari 2021, waarbij belanghebbende niet verscheen. De uitspraak werd gedaan door rechter A.J.H. van Suilen op 12 maart 2021. Partijen kunnen binnen twee maanden hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar is gegrond verklaard en het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.