Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
€ 38.018.615
NAf 10.000
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Vooraf 1: Motivering van de afwijzing van het door de Inspecteur gedane verzoek om heropening van de behandeling van de zaak
[Gerecht: hiermee wordt belanghebbende bedoeld]heeft een bedrag van Euro 38.018.615 afgeschreven van interest en van een lening van [Z] en [Y] in het jaar 2021. (…) Ik deel het standpunt van [belanghebbende] niet en wel om de volgende redenen: (…) De afwaardering wordt fiscaal niet aannemelijk geacht. Hierdoor corrigeer ik de afschrijving van interest en lening van [Z] over het fiscale resultaat.
[Gerecht: lees [X]]. De tussenliggende vennootschappen zijn niet meer dan doorgeefluiken. Het lopen van reële risico’s is voornamelijk van belang bij de verrekening van bronheffingen en interest. De verrekening van eventuele bronbelasting speelt niet nu er op in- en doorleen activiteit geen bronbelasting wordt geheven.’
betalendlichaam (belanghebbende) en de genieter van inkomen ([X]) die voorwaarden zijn overeengekomen die afwijken van die welke zouden zijn overeengekomen tussen onafhankelijke personen. Genoemde bepaling ziet volgens het Gerecht op onzakelijk te hoge betalingen door een lichaam/persoon die in Curaçao belastingplichtig is, waardoor de grondslag van Curaçao wordt geërodeerd. Hiervan is geen sprake. Als gevolg van de toepassing van het Zweedse grootmoederarrest wordt, vanuit belanghebbende bezien, de onzakelijke verhouding tussen haar en [X] juist verzakelijkt.
€ 1.410.563
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
Kosten bezwaarfase
6.DE BESLISSING
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de naheffingsaanslag WB 2021 naar een bedrag van NAf 827.202;
- handhaaft de boete;
- veroordeelt de Inspecteur in de kosten van beroep van belanghebbende ten bedrage van Cg. 1.400;
- draagt de Inspecteur op het door belanghebbende betaalde griffierecht van Cg. 150 te vergoeden.
.
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij: