Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag en verzuimboete opgelegd voor omzetbelasting over juli 2022. Hoewel de aangifte tijdig was gedaan, betaalde belanghebbende de belasting pas op 14 oktober 2022, na de uiterste betaaldatum van 15 augustus 2022. De Inspecteur handhaafde de naheffingsaanslag en boete na bezwaar en beroep.
Het Gerecht oordeelde dat de naheffingsaanslag dient te worden vernietigd omdat de belasting vóór het opleggen van de aanslag was voldaan. De verzuimboete werd verminderd tot het minimum van NAf 50, omdat de boete volgens de Regeling 5% van de naheffingsaanslag bedraagt en deze aanslag nihil werd verklaard. De boete kon niet worden berekend over het te laat betaalde bedrag.
Verder stelde het Gerecht vast dat er geen sprake was van afwezigheid van alle schuld, zodat matiging van de boete niet aan de orde was. De redelijke termijn voor de uitspraak was overschreden, maar gezien de lage boete en beperkte overschrijding werd dit slechts geconstateerd. Het betaalde griffierecht van NAf 150 werd aan belanghebbende vergoed.