Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
4.5 Recapitulatie naheffing LB
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Hoorplicht
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende maakte bezwaar tegen naheffingsaanslagen en vergrijpboetes opgelegd door de Inspecteur over het jaar 2015. De Inspecteur handhaafde de aanslagen en boetes, waarna belanghebbende beroep instelde bij het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao.
Het geschil betreft de juistheid van de naheffingsaanslagen loonbelasting, premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ, en de daarbij opgelegde boetes. Belanghebbende betwist onder meer het bestaan van dienstbetrekkingen, correcties voor privégebruik auto en telefoon, en de juistheid van de balanspostcorrecties.
Het Gerecht oordeelt dat de Inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat een hoorgesprek heeft plaatsgevonden, waardoor de hoorplicht is geschonden. Omdat belanghebbende hierdoor benadeeld is en er verschil van mening blijft over de feiten, wijst het Gerecht de zaak terug naar de Inspecteur voor hernieuwde uitspraak op bezwaar met inachtneming van de hoorplicht.
Daarnaast kent het Gerecht belanghebbende een immateriële schadevergoeding toe van NAf 1.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarbij een uitzonderlijke brand bij de belastingdienst als reden voor termijnverlenging is meegewogen. Tevens wordt de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De zaak wordt terugverwezen naar de Inspecteur wegens schending van de hoorplicht en belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding toegekend.