Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Uitgangspunten in cassatie
Bij het opleggen van de onderhavige naheffingsaanslag heeft de Inspecteur de in artikel 10, lid 2, van de Wet bedoelde som gesteld op € 53.894. Het bedrag aan bpm op het tijdstip waarop de personenauto voor het eerst in gebruik is genomen, heeft hij berekend naar een CO2-uitstoot van 153 gram per kilometer.
3.Beoordeling van de klachten
De omstandigheid dat belanghebbende in verband met toepassing van artikel 10, lid 8, van de Wet in beroep voor het eerst heeft gesteld dat zij de handelsinkoopwaarde van de personenauto mede wilde baseren op de koerslijst EurotaxGlass’s en die handelsinkoopwaarde vervolgens op die grond is aangepast, staat los van het oordeel van de Rechtbank over de hoogte van de in artikel 10, lid 2, van de Wet bedoelde som en de daaraan verbonden vermindering in zoverre van de naheffingsaanslag. Het andersluidende oordeel van het Hof is onjuist en de klachten slagen voor zover zij dit oordeel bestrijden.
4.Proceskosten
In rechtsoverweging 2.7.1 van de arresten van 26 september 2025 heeft de Hoge Raad aangekondigd dat met betrekking tot volgende beslissingen over de omvang van de vergoeding van kosten van rechtsbijstand in elke andere door de gemachtigde, Bothof Services B.V., als professionele rechtsbijstandverlener in het jaar 2024 bij de Hoge Raad aanhangig gemaakte procedure over de bpm waarin de belanghebbende voor de Hoge Raad stelt dat zijn geval is aan te merken als een bijzonder geval als bedoeld in rechtsoverweging 3.5.2 van het arrest van 17 januari 2025, ervan zal worden uitgegaan dat Bothof Services B.V. niet werkt op basis van no cure no pay.
Gelet op die beslissing over het bedrijfsmodel in 2024 van deze gemachtigde acht de Hoge Raad het niet meer nodig om belanghebbende in de gelegenheid te stellen nadere gegevens te verstrekken ter voldoening aan de op hem rustende last om te bewijzen dat zijn geval met het oog op die proceskostenvergoeding is aan te merken als een bijzonder geval als bedoeld in rechtsoverweging 3.5.2 van het arrest van 17 januari 2025. De Hoge Raad berekent de vergoeding van de proceskosten van deze cassatieprocedure zonder inachtneming van de WHpkv.