Uitspraak
1.Procesverloop
De advocaat van Bencis heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel in het principale beroep
4.Beslissing
10 april 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak vordert Bencis Capital Partners B.V. een verklaring voor recht dat Dossche Mills B.V. onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door een mededingingsrechtelijke inbreuk te plegen, en dat Dossche hoofdelijk aansprakelijk is voor de boete die aan Bencis is opgelegd. De boete is opgelegd omdat Meneba, de dochtermaatschappij, samen met andere meelproducenten een kartel vormde.
De rechtbank en het hof hebben de vorderingen van Bencis afgewezen. Het hof oordeelde dat de verdeling van aansprakelijkheid binnen een onderneming voor een mededingingsboete een kwestie van nationaal recht is en dat de inbreuk door moeder en dochter als één onderneming is gepleegd. Hierdoor kan de inbreuk niet als onrechtmatige daad van dochter jegens moeder worden aangemerkt.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat een mededingingsrechtelijke inbreuk door een dochtermaatschappij niet zonder meer onrechtmatig is jegens de moeder, ook niet als de moeder niet op de hoogte was. Bijkomende omstandigheden, zoals bewust misleiden, kunnen dit veranderen, maar die zijn hier niet vastgesteld. Het cassatieberoep wordt verworpen en Bencis wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Bencis wordt verworpen en de vorderingen tegen Dossche worden afgewezen.