ECLI:NL:HR:2026:495
Hoge Raad
- Prejudiciële beslissing
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over wijziging onderlinge verhouding fiscale partners na collectieve uitspraak in massaal bezwaar
In deze prejudiciële beslissing beantwoordt de Hoge Raad vragen over de mogelijkheid van fiscale partners om de onderlinge verhouding van de grondslag sparen en beleggen te wijzigen nadat een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) onherroepelijk is geworden door een collectieve uitspraak in een massaalbezwaarprocedure.
De zaak betreft een belanghebbende en zijn partner die na een collectieve uitspraak over de box 3-heffing hun verdeling van de grondslag wilden wijzigen. De inspecteur weigerde deze wijziging te accepteren omdat de aanslag onherroepelijk was geworden. De Rechtbank stelde prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over de termijn en mogelijkheid van wijziging na een collectieve uitspraak.
De Hoge Raad oordeelt dat, hoewel de wet aanvankelijk wijziging alleen toestond zolang aanslagen niet onherroepelijk waren, de wetgever met de invoering van de massaalbezwaarprocedure niet had voorzien dat aanslagen onherroepelijk worden door collectieve uitspraken. Daarom geldt dat fiscale partners de onderlinge verhouding kunnen wijzigen tot zes weken na de individuele vermindering van de aanslag door de inspecteur, die volgt op de collectieve uitspraak.
Deze termijn is gelijk aan de termijn die geldt na een onherroepelijke uitspraak van de Hoge Raad in een individuele procedure. De Hoge Raad benadrukt dat deze regeling recht doet aan de redelijkheid en uitvoerbaarheid, omdat pas na de individuele vermindering voldoende duidelijkheid bestaat over de financiële gevolgen van de wijziging.
De Hoge Raad beantwoordt de prejudiciële vragen dan ook in die zin dat de wijziging van de onderlinge verhouding mogelijk blijft tot zes weken na de individuele vermindering van de aanslag door de inspecteur op grond van artikel 25e, lid 4, AWR.
Uitkomst: Fiscale partners kunnen de onderlinge verhouding wijzigen tot zes weken na de individuele vermindering van de aanslag na een collectieve uitspraak in een massaalbezwaarprocedure.