Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
29 november 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een vordering van Belba c.s. tot inzage in een omvangrijke digitale administratie die zich deels bevindt in het huis van de vrouw, met wie de man, aandeelhouder van Belba, een verslechterde relatie heeft. Na het leggen van conservatoir beslag op fysieke en digitale documenten, waaronder circa 650.000 bestanden geselecteerd met ruime zoektermen, werd de inzagevordering door rechtbank en hof afgewezen. Het hof oordeelde dat Belba c.s. onvoldoende concreet hadden gemaakt welke rechtsbetrekkingen aan de inzage ten grondslag liggen en dat de ruime selectie niet overtuigend toonde dat alle bestanden tot de administratie behoren.
In cassatie klaagt Belba c.s. dat het hof ten onrechte een criterium hanteerde dat alle bestanden tot de administratie moeten behoren. De Hoge Raad stelt dat het hof dit criterium niet had mogen gebruiken en dat bij een inzagevordering op grond van artikel 843a Rv ook ruime zoektermen kunnen worden gehanteerd, waarbij de rechter nadere voorschriften kan geven om belangen te verenigen. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling.
De vrouw wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. De Hoge Raad behandelt enkele andere klachten niet omdat die niet van belang zijn voor de rechtsontwikkeling. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging en de mogelijkheid van rechterlijke sturing bij inzage in omvangrijke digitale administraties.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.