Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel in het principale beroep
4.Beoordeling van het middel in het incidentele beroep
5.Beslissing
10 juli 2026.
Hoge Raad
In deze zaak staat centraal of de echtgenoot van de eigenaar van een woning ook partij is bij de koopovereenkomst als medeverkoper, ondanks dat de leveringsakte hem niet als zodanig vermeldt. De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat de echtgenoot, hier [de man], als medeverkoper kan worden aangemerkt op grond van zijn gedragingen en ondertekening van de koopovereenkomst en aanverwante documenten.
De feiten betreffen een koopovereenkomst uit mei 2017 tussen [de man] en [de vrouw] als verkopers en [verweerders] als kopers. De leveringsakte van juli 2017 vermeldt alleen [de vrouw] als eigenaar en verkoper, waarbij [de man] als echtgenoot toestemming verleent. Na levering constateerden de kopers gebreken aan de woning en vorderden zij schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat [de man] aansprakelijk was, maar het hof beperkte deze aansprakelijkheid voor bepaalde gebreken. Het hof stelde vast dat [de man] zich als medeverkoper heeft gepresenteerd en dat de leveringsakte niet uitsluit dat hij verplichtingen uit de koopovereenkomst heeft. Het bewijsaanbod van eisers om te bewijzen dat de notaris de afwijking van de leveringsakte had toegelicht, werd door het hof gepasseerd omdat dit niet tot een ander oordeel leidt.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de leveringsakte niet dwingend bewijs oplevert dat [de man] geen medeverkoper is. Ook is het bewijsaanbod terecht gepasseerd. De kosten van het geding worden verdeeld zoals in het arrest vermeld.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de echtgenoot als medeverkoper kan optreden ondanks afwijkingen in de leveringsakte en verwerpt het cassatieberoep.