Uitspraak
1.Procesverloop in de zaken 24/04650 en 24/04656
2.Uitgangspunten en feiten
Artikel 3
1. De Stichting heeft ten doel het behartigen van belangen van natuurlijke personen die gebruikmaken van het internet door te surfen op het internet en/of door gebruik te maken van producten en/of diensten die persoonsgegevens in digitale vorm kunnen opslaan, overdragen of verwerken, waardoor jegens die internetgebruikers op enig moment een schending van hun recht op bescherming van hun privacy of hun recht op bescherming van hun persoonsgegevens plaatsvindt of heeft plaatsgevonden, een en ander in de ruimste zin van het woord.”
Ontvankelijkheidseisen
het moment waarop het geding aanhangig wordt, maar dat onderdeel ziet louter op de vraag of de vordering summierlijk ondeugdelijk is. Dat is een wezenlijk andere vraag dan die naar de ontvankelijkheid samenhangend met de inrichting en de aard van de eisende rechtspersoon zoals die nader in de wet, met name in art. 3:305a BW, is omschreven.
punitive damages. De afschrikwekkende werking van het moeten betalen van een schadevergoeding (dan wel de dreiging daarvan) kan dus ook in dit opzicht geen rol spelen en de vordering is niet toewijsbaar voor zover die strekt tot toekenning van
punitive damages.
Free ridingis, zoals Oracle en
track recorddie TPC niet heeft onderschrijven dat (deze) actie ten behoeve van die internetgebruikers moet worden gevoerd. De
likesgeven daarnaast aan dat een weliswaar niet zeer groot, maar toch behoorlijk aantal natuurlijke personen instemmen met deze actie. Inmiddels is de inrichting van de website zodanig dat duidelijk is tegen wie deze actie zich richt en waarover deze gaat. Zelfs als de onderzoeken van Kroll, waartegen Oracle en Salesforce bezwaren hebben geuit en waarop gelet op de processuele gang van zaken, de vraagstelling en de methodologie inderdaad wel wat valt af te dingen, buiten beschouwing worden gelaten is het vorenstaande voldoende.
AVG
punitive damagesniet aan de orde kan zijn en dat de vraag of er schade is, dan wel of de mogelijkheid van schade voldoende aannemelijk is, in dit geval een kwestie is waarover dient te worden beslist bij de beoordeling van de toewijsbaarheid van de vorderingen en niet reeds thans, bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van de collectieve vorderingen. In verband met de beslissing of deze vordering van TPC tot vergoeding van die schade toewijsbaar is zal mede aan de orde moeten komen hoe het opdrachtvereiste van art. 80 lid 1 jo Pro. art 82 AVG Pro moet worden uitgelegd en op welk moment en op welke wijze die opdracht dient te zijn verstrekt. Met de AVG is het betreffende deel van het materiële recht geharmoniseerd, maar dat betekent niet zonder meer dat dat ook geldt voor het formele recht, dat in het algemeen tot de competentie van de lidstaten behoort en waartoe ontvankelijkheidseisen
3.Beoordeling van de middelen in de principale beroepen
Opmerkingen vooraf
likesdie op de website van TPC zijn uitgebracht blijkt dat een weliswaar niet zeer groot, maar toch behoorlijk aantal natuurlijke personen instemt met deze actie.
governance, financiering en representativiteit voor belangenorganisaties die een collectieve vordering instellen. [10] De wetgever heeft op (onder meer) dit punt de aanbevelingen naar aanleiding van het consultatievoorstel [11] van de zogenoemde ‘Juristengroep’ (bestaande uit juristen die deels in de regel opkomen voor aangesproken partijen en deels juist voor gedupeerden) zo veel mogelijk overgenomen. [12] De reden voor deze aanscherping van de ontvankelijkheidseisen is met name erin gelegen dat in de WAMCA de mogelijkheid van een collectieve schadevergoedingsvordering is geïntroduceerd en een zwaardere rol is toegekend aan belangenorganisaties. [13] De aangescherpte ontvankelijkheidseisen mogen niet zodanig streng worden uitgelegd dat de toegang tot de collectieve procedure daarmee feitelijk illusoir wordt. [14]
likes(waarvan in dit geval in cassatie veronderstellenderwijs moet worden aangenomen dat dit in deze zaak aan de orde is) geen deugdelijke wijze is om aannemelijk te maken dat een voldoende groot deel van de totale groep gedupeerden de collectieve actie ondersteunt. Bij een dergelijk systeem kan immers niet worden vastgesteld of de
likesafkomstig zijn van beweerde gedupeerden. Onderdeel 2.3 van het middel in de zaak van Salesforce voert een klacht van vergelijkbare strekking aan.
likesdie op de website van TPC zijn uitgebracht, ten grondslag gelegd. Het hof heeft daarbij ten onrechte niet betrokken of – zoals Oracle en Salesforce hebben aangevoerd en het hof niet ongegrond heeft bevonden – de
likesvolledig anoniem zijn uitgebracht en of daaruit is af te leiden of deze afkomstig zijn van personen die behoren tot de groep voor wie TPC in deze collectieve actie opkomt. In zoverre slagen de hiervoor in 3.3.10 weergegeven klachten.
likessteun van beweerde gedupeerden blijkt, gelet op (a) de omstandigheid dat het overgrote deel van de
likesbehaald is op basis van de ‘oude’ website, die onvoldoende inzicht gaf in de actie waaraan steun werd gegeven en die zich nog mede richtte op het buitenland, terwijl er op basis van de ‘nieuwe’ website maar zeer weinig
likeszijn bijgekomen, en (b) de wijze waarop de website van TPC was ingericht, zowel ten tijde van de dagvaarding in eerste aanleg als ten tijde van het appel, te weten dat de
likesanoniem zijn verzameld. Zonder nadere motivering, is daarmee onbegrijpelijk het oordeel dat de
likesaangeven dat een weliswaar niet zeer groot, maar toch behoorlijk aantal natuurlijke personen instemmen met de actie van TPC, voor zover het hof hiermee doelt op instemming van de beweerde gedupeerden, aldus het onderdeel.
4.Beoordeling van de middelen in de incidentele beroepen
Reikwijdte schadevergoedingsvordering TPC
5.Beslissing
17 juli 2026.