Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel dat namens de verdachte is voorgesteld
5.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
6.Beslissing
3 februari 2026.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelt het cassatieberoep van het Openbaar Ministerie en het incidenteel cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het hof Den Haag. De zaak betreft veroordelingen voor het vervaardigen, bezit en verspreiden van kinderporno en ontucht met een minderjarige. Het hof had onttrekking aan het verkeer van diverse inbeslaggenomen gegevensdragers bevolen, maar de effectuering daarvan afhankelijk gesteld van de voorwaarde dat niet-strafbaar materiaal aan de verdachte wordt verstrekt.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof deze voorwaarde niet had mogen verbinden aan de onttrekking aan het verkeer, omdat dit in strijd is met vaste rechtspraak. De Hoge Raad verwijst naar zijn eerdere arrest HR:2025:1716 over de verstrekking van kopieën van bestanden en benadrukt dat de rechter de onttrekking niet aan een voorwaarde mag verbinden, maar wel kan gelasten dat bestanden worden verstrekt indien het belang van de verdachte dit rechtvaardigt.
Verder heeft het hof het verzoek van de verdachte om niet-strafbaar materiaal terug te krijgen gemotiveerd beoordeeld, waarbij het hof een belangenafweging maakte tussen het strafvorderlijk belang en het privacybelang van de verdachte. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof voor wat betreft de beslissingen over de inbeslaggenomen gegevensdragers en de duur van de gevangenisstraf, vermindert de straf van 36 naar 35 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van de onttrekking aan het verkeer.
De overige beroepen worden verworpen. De Hoge Raad kan geen acht slaan op door de verdachte zelf ingebrachte stukken die niet van een advocaat afkomstig zijn. De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 3 februari 2026.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof voor wat betreft de onttrekking aan het verkeer van gegevensdragers en vermindert de gevangenisstraf tot 35 maanden.