Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
4.Beslissing
14 januari 2025.
Hoge Raad
De betrokkene werd door het hof veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk telen van een grote hoeveelheid hennepplanten in de periode van augustus 2018 tot januari 2019. Het hof stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op basis van wettige bewijsmiddelen, waaronder een rapport van het Functioneel Parket Afpakken en gegevens over elektriciteitsverbruik.
Het hof berekende de bruto-opbrengst per oogst op € 16.121,68 en bracht kosten in mindering, zoals afschrijvingskosten, kosten hennepstekken, variabele kosten en elektriciteitskosten, wat resulteerde in een netto-opbrengst van € 14.140,01 per oogst. Aangezien er vijf oogsten waren, kwam het totaal op € 70.700,05, verminderd met een bedrag voor aangetroffen henneptoppen, wat leidde tot een schatting van € 70.415,15.
Omdat betrokkene samen met een medebetrokkene handelde en het hof niet kon vaststellen welk deel van het voordeel aan wie toekwam, werd het voordeel pondspondsgewijs verdeeld, waarbij aan betrokkene € 35.207,58 werd toegerekend. De Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende motivering en wettige bewijsmiddelen had gebruikt en verwierp het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het hof dat het wederrechtelijk verkregen voordeel voor betrokkene op € 35.207,58 heeft vastgesteld.