AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Cassatie over verjaringstermijn en aansprakelijkheid in mededingingsrechtelijke schadeclaims
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 28 november 2025 uitspraak gedaan in twee cassatiezaken met betrekking tot schadeclaims die voortvloeien uit een inbreuk op het Europese kartelverbod door Kone B.V. en Kone OYJ. De eiseres, Stichting Elevator Cartel Claim (SECC), heeft vorderingen ingesteld voor schadevergoeding als gevolg van deze inbreuk. De Hoge Raad behandelt de vraag of de verjaringstermijn voor deze vorderingen is aangevangen en of een stuitingshandeling door een entiteit binnen een onderneming ook geldt voor andere entiteiten binnen diezelfde onderneming. De rechtbank had eerder geoordeeld dat de vorderingen van 14 claimhouders waren verjaard, omdat zij niet tijdig bekend waren met de schade en de aansprakelijke personen. Het hof bevestigde dit oordeel, waarbij het de aanvang van de verjaringstermijn vaststelde op de datum van publicatie van de beschikking van de Europese Commissie. De Hoge Raad oordeelt dat de bekendheid met de schade en de aansprakelijke persoon kan worden afgeleid uit de beschikbaarheid van informatie, en dat de verjaringstermijn in maart 2008 is aangevangen. De Hoge Raad verwerpt de cassatieberoepen en bevestigt de eerdere uitspraken van de lagere rechters.
Voetnoten
1.HR 28 november 2025, ECLI:NL:2025:1761, zaaknrs. 24/01597 en 24/01603.
2.Commission Decision of 21 February 2007 relating to a proceeding under Article 81 of the EC Treaty (AT.38823 – Elevators and Escalators), C (2007) 512 final; zie ook de samenvatting in PbEU 2008, C 75/19; Gerecht EU 13 juli 2011, zaak T-151/07, ECLI:EU:T:2011:365; HvJEU 24 oktober 2013, zaak C-510/11 P, ECLI:EU:C:2013:696).
5.Richtlijn 2014/104/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 november 2014 betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie, Pb L 349 van 5 december 2014, p. 1-19.
6.Richtlijn 2014/104/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 november 2014 betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie, Pb L 349 van 5 december 2014, p. 1-19.
8.HvJEU 18 april 2024, zaak C-605/21, ECLI:EU:C:2024:324 (Heureka/Google).
9.HvJEU 22 juni 2022, zaak C‑267/20, ECLI:EU:C:2022:494 (Volvo en DAF Trucks), punt 71.
10.HvJEU 18 april 2024, zaak C-605/21, ECLI:EU:C:2024:324 (Heureka/Google), punt 64-78.
12.Zie ook de uitspraak van de Hoge Raad van vandaag in de zaken 24/01597 tussen Kone en DGL en 24/01603 tussen Otis en DGL, ECLI:NL:2025:1761.
13.Zie ook de uitspraak van de Hoge Raad van vandaag in de zaken 24/01597 tussen Kone en DGL en 24/01603 tussen Otis en DGL, ECLI:NL:2025:1761.