Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
redelijkerwijs hadden kunnen en moeten begrijpendat de man omstreeks 1 januari 2005, naast het voorschot van € 600.000,--, nog meer goodwillaanspraken had. Voorts klaagt het onderdeel onder meer dat het hof heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door aan te nemen dat de vrouw een onderzoeksplicht had ten aanzien van het bestaan van schade. Onderdeel 2 klaagt dat het hof, indien het wel van de juiste maatstaf is uitgegaan, zijn oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd.
4.Beslissing
22 april 2022.