ECLI:NL:HR:2024:482

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 maart 2024
Publicatiedatum
21 maart 2024
Zaaknummer
23/00440
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 3:45 BWArt. 3:10 WftArt. 3:17 WftArt. 14 Bpr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie tegen arrest over zorgplicht bank bij faillissement cliënt

De curator in het faillissement van een holding B.V. stelde Knab aansprakelijk wegens het niet tijdig onderkennen van de ontbinding en het faillissement van haar cliënt, stellende dat de bank tekort was geschoten in haar zorgplicht en cliëntenonderzoek. De zaak liep via rechtbank en gerechtshof, waarbij het hof het standpunt van de curator verwierp.

De curator stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft de klachten van de curator beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de klachten inhoudelijk te motiveren, omdat het oordeel geen gevolgen heeft voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, begroot op ruim €9.300. Hiermee blijft het arrest van het hof in stand dat de bank niet aansprakelijk is voor de door de curator gestelde tekortkomingen in het cliëntenonderzoek en monitoren van de cliënt.

De zaak betreft belangrijke vragen over de zorgplicht van banken op grond van onder meer de Wft, Bpr en Wwft, en de toepassing van de pauliana in faillissementsrecht. De Hoge Raad bevestigt de eerdere rechtspraak zonder nadere motivering.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de curator wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer23/00440
Datum22 maart 2024
ARREST
In de zaak van
Mr. M. LOEF, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van
[holding] B.V.,
kantoorhoudende te Deventer,
EISER tot cassatie,
hierna: de curator,
advocaat: B.M.H. Fleuren,
tegen
AEGON BANK N.V., tevens handelend onder de naam KNAB,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Knab,
advocaat: F.E. Vermeulen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/09/564489/HA ZA 18-1224 van de rechtbank Den Haag van 6 maart 2019 en 11 september 2019;
b. de arresten in de zaak 200.273.478/02 van het gerechtshof Den Haag van 25 februari 2020 en 8 november 2022.
De curator heeft tegen het arrest van het hof van 8 november 2022 beroep in cassatie ingesteld.
Knab heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de curator mede door R.A. González Nicolás en voor Knab mede door L.M. Münchow.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de curator heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Knab begroot op € 7.115,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H. Sieburgh, als voorzitter, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
22 maart 2024.