Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
Verzoek tot aanhouding
gebruik(cursivering door hof) wordt gemaakt, geen inbreuk maakt op zijn recht op een eerlijk proces, zoals bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM. Het behoort niet tot de taak van de Nederlandse strafrechter om te toetsen of de wijze waarop dit onderzoek is uitgevoerd, strookt met de dienaangaande in het desbetreffende buitenland geldende rechtsregels (vgl. HR 18 mei 1999, NJ 2000/107).’ (ECLI:NL:HR:2010:BL5629).
3.De prejudiciële beslissing van de Hoge Raad
4.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
5.Beoordeling van het vijfde cassatiemiddel
Verder heeft het hof vastgesteld dat zowel het kopiëren van EncroChat-gegevens vanaf de server van EncroChat als het ‘live’ onderscheppen en kopiëren van EncroChat-telefoondata plaatsvond door de Franse politie in en vanuit Frankrijk. Er zijn geen aanwijzingen dat Nederland het gebruik van de Franse bevoegdheid heeft geïnitieerd of daarom heeft verzocht met het oog op het instellen van strafrechtelijke onderzoeken in Nederland.
6.Beoordeling van het zesde en het zevende cassatiemiddel
7.Beoordeling van het twaalfde cassatiemiddel
8.Beoordeling van het elfde cassatiemiddel
9.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
10.Verzoeken tot het stellen van vragen
11.Beslissing
13 februari 2024.