Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Waar het in deze zaak om gaat
3.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
1. de e-mail adressen en IMEI nummers die op dat moment gekoppeld konden worden aan medeverdachte ( [e-mailadres 1] en [e-mailadres 2] );
2. de e-mailaccounts die voorkomen in de berichten van de onder 1 genoemde accounts en de contactpersonen die zijn aangetroffen in de onder I genoemde toestellen, en
3. de in het dossier (09Ster) voorkomende (bij)namen van de verdachten, zoals weergegeven in dit plan.
4.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
Het hof heeft het verzoek van de verdediging tot het voegen van “alle Ennetcom-data” bij de processtukken afgewezen omdat de noodzaak daarvan niet is gebleken. Daarin ligt als oordeel van het hof besloten dat deze stukken redelijkerwijs niet van belang kunnen zijn voor de door de rechter ter terechtzitting te nemen beslissingen. Het hof heeft hieraan ten grondslag gelegd dat (i) door de verdediging niet is aangevoerd dat de door het openbaar ministerie verstrekte stukken onjuist zijn of zodanig onvolledig zijn dat het hof niet in staat is de vragen genoemd in de artikelen 348 en 350 Sv goed te beantwoorden, (ii) door de verdediging niet is gemotiveerd dat en, zo ja, waarom sprake zou zijn van onjuistheden of onvolledigheden die de betrouwbaarheid van de waarheidsvinding in twijfel trekken, en (iii) door de verdediging geen aanwijzingen zijn genoemd of anderszins zijn gebleken dat enige informatie onrechtmatig is verkregen.
Op grond van dit een en ander heeft het hof kennelijk ook geen aanleiding gezien de verdediging inzage te geven in de verzochte stukken en daarom dat verzoek afgewezen. Voor de afwijzing van dit laatste verzoek is bovendien van belang dat het hof, naar aanleiding van het verweer dat de PGP-gesprekken (die deel uitmaken van de in deze strafzaak wel gevoegde Ennetcom-data) van het bewijs moeten worden uitgesloten, heeft overwogen dat de inhoud van de PGP-gesprekken op een groot aantal onderdelen overeenkomt met en dus bevestiging vindt in de inhoud van andere bewijsmiddelen, dat die gesprekken “de nog ontbrekende puzzelstukjes” opleveren in die zin dat de nieuwe informatie uit die gesprekken past en aansluit bij de al bekende informatie en dat uit de stukken van de zaak blijkt op welke wijze de politie de identiteit van de personen die deelnemen aan de PGP-gesprekken heeft vastgesteld.
De oordelen van het hof berusten, gelet op wat onder 4.4.3 is vooropgesteld, niet op een onjuiste rechtsopvatting en zijn, mede in aanmerking genomen dat door de verdediging in de kern niet meer aan de verzoeken ten grondslag is gelegd dan dat de Ennetcom-data “mogelijk” ontlastende gegevens bevatten, niet onbegrijpelijk.
5.Beoordeling van het derde, het vierde en het vijfde cassatiemiddel
6.Beslissing
28 juni 2022.