Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
[betrokkene 3] : Er is een witte zak met een doosje erin.
[verdachte] : nee niet Marokkaan dat zijn van die mensen.. maar hoe.. hoe is dit naar buiten gekomen. Hoe? Het moet via iemand dichtbij zijn. Mensen die dichtbij zijn.
[betrokkene 3] : [betrokkene 3]
[betrokkene 3] : daarom
[betrokkene 3] : iemand heeft het gezegd zo van: zegt dit!
[betrokkene 1] : luister toen ik daar kwam toen was je daar al weg, dat zei [betrokkene 2] tegen mij.
De OVC gesprekken werden gevoerd in de Spaanse taal en deze, alsmede de vertalingen daarvan, maken deel uit van het dossier.
(Verklaring [betrokkene 2] : We zijn (in de zwarte Golf) achter de bus aangereden. De bus stond stil bij het Annie Romeinplein te Amsterdam. Mijn vriend ( [betrokkene 7] ) is daar uitgestapt om te pinnen. Ondertussen reed eerst die witte Renault en daarna ook die bus al weg. Toen mijn vriend terug was, ging ik er weer achter aan.)
# [telefoonnummer 1]
# [telefoonnummer 1]
# [telefoonnummer 4]
(Volgens de verklaring van [betrokkene 2] was nummer 2 later ter plaatse)
(Verklaring [betrokkene 2] : In [plaats] gaf ik de autosleutels aan nummer 1)
# [telefoonnummer 9]
- in de nacht van 2 op 3 mei 2018 tweemaal telefonisch contact heeft gehad met # [telefoonnummer 2] en wel om 00:26 uur en 01:49 uur.
- # [telefoonnummer 1] heeft de zendmast op het [zendmast 1] in [plaats] het vaakst aangestraald (309 keer), daarnaast heeft het nummer ook de [zendmast 2] in [plaats] 155 keer aangestraald. Het adres van de verdachte [a-straat 1] [plaats] viel onder het bereik van deze zendmasten, zoals blijkt uit de in de bewijsmiddelen opgenomen processen-verbaal.
In een later gesprek in de woning merkte de verdachte op dat [betrokkene 3] niet eens hier was toen het gebeurde. [betrokkene 3] zei: Ja, je weet het van [slachtoffer 1] . Zij dacht het eerst aan [betrokkene 2] , hij weet dat jij (de verdachte) en [betrokkene 1] daar waren; hij is er bij betrokken tot vandaag.
Deze sluiten bovendien naadloos aan bij hetgeen [betrokkene 2] daarover heeft verklaard én, zoals hiervoor aangestipt, dat [betrokkene 2] als getuige de naam van de verdachte niet heeft willen noemen.
[betrokkene 3] heeft met #[telefoonnummer 11] in de nacht van 3 mei 2018 aan [betrokkene 16] gevraagd om te komen; ze zei dat ze aan [betrokkene 16] zou vertellen wat er speelde, als zij er was; [betrokkene 16] moest voorzichtig zijn en Orange 300 (beltegoed) meebrengen. [betrokkene 3] heeft met #[telefoonnummer 11] om 01:24 uur ook aan [betrokkene 17] gevraagd om te komen en heeft daarbij vermeld: problemen.
Om 02:10 uur stuurde #[telefoonnummer 11] een artikel van de AT5 website over een schietpartij in de Krootstraat naar iemand met telefoontoestel #[telefoonnummer 12]. Toen was [betrokkene 3] daarvan kennelijk dus al op de hoogte.
Om 03:54 uur die nacht vroeg [betrokkene 17] aan [betrokkene 3] via whats app of [betrokkene 3] zich al wat rustiger voelde. [betrokkene 3] reageerde met de tekst: Ik ben in Gods handen. [betrokkene 17] zei: Vraag aan God (..) dat je morgen je man kan bellen zodat je rustiger bent.
Om 22:43 uur vroeg [betrokkene 17] of [betrokkene 3] haar man had gesproken, [betrokkene 3] zei dat ze hem had gesproken en daarna dat ze wanhopig werd van het denken.
Het hof is van oordeel dat deze scenario’s worden weerlegd door de bewijsmiddelen, waarvan de selectie en waardering hiervoor is uitgebreid besproken, en de scenario’s niet meer behelzen dan niet nader onderbouwde hypothesen van de verdediging, die op basis van het dossier als hoogst onwaarschijnlijk terzijde kunnen worden geschoven. Het hof zal deze scenario’s daarom niet afzonderlijk bespreken.
Uit de hiervoor door het hof vermelde feiten en omstandigheden, in het bijzonder ook de weergegeven tijdlijn, leidt het hof het volgende af:
Adres: niet bekend bij de verdediging
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Beslissing
17 oktober 2023.