Uitspraak
1.Inleiding
2.Feiten en omstandigheden waarvan het hof uitgaat
# [telefoonnummer 4]), die hij naar eigen zeggen altijd bij zich had, en een prepaid toestel waarvan hij heeft verklaard dat hij zich dat telefoonnummer niet herinnert. T-Mobile was de Nederlandse provider van
# [telefoonnummer 4], waarvan veelal de zendmast aan de Lunaweg in Duivendrecht werd aangestraald als de verdachte thuis was.
mijn stiefzoon.
voicenotegestuurd aan [betrokkene 1] dat in Lelystad een zeecontainer moest worden opgehaald en dat deze gebracht moest worden naar het adres [adres 4] in Den Haag, met een foto van het adres [adres 3] Lelystad (het adres waar in mei 2019 de twee containers op naam van de verdachte zijn aangetroffen.)
Quien a hierro mata a hierro muere. [verdachte] y [getuige 2] saben a lo que me refiero. [slachtoffer 1] fu e asesinado el ano pasado. De letterlijke vertaling daarvan luidt:
Wie met ijzer doodt gaat ook door ijzer dood. [verdachte] en [getuige 2] weten wat ik bedoel. [slachtoffer 1] is vorig jaar vermoord.
No, no. Hij constateerde dat [getuige 3] het doosje niet wilde aanpakken en legde het in de Action boodschappentas die zij bij zich had en zei daarbij nogmaals:
[verdachte] y [getuige 2] saben.[getuige 3] liet het doosje vallen en de vrouwen liepen weg.
En de bus dan?waarop nummer 1 duidelijk maakte dat ze (zonder de [autobus] ) weg zouden gaan.
3.Bewijsoverwegingen
# [telefoonnummer 1]en welk nummer aan nummer 2 kan worden gekoppeld en vermeldt daarbij de relevante delen uit de verklaringen van [getuige 1] . Ook worden relevante camerabeelden in de tijdlijn weergegeven.
stillszijn bovendien kenmerken van de betreffende voertuigen, zoals kleuren en vormen, te herkennen.
# [telefoonnummer 1] .
Mijn vriend en ik reden in een zwarte [auto 4] . Toen we bij de Bijlmerdreef reden zag ik de ( [autobus] ) [autobus] rijden. Ik belde nummer 1 zodra ik de [autobus] zag rijden)
We zijn (in de zwarte [auto 4] ) achter de bus aangereden. De bus stond stil bij het Annie Romeinplein te Amsterdam. Mijn vriend ( [betrokkene 2] ) is daar uitgestapt om te pinnen. Ondertussen reed eerst die witte [auto 2] en daarna ook die bus al weg. Toen mijn vriend terug was, ging ik er weer achter aan.)
Ik belde meteen daarna nummer 2)
# [telefoonnummer 1] ,die dan de zendmast Azaleahof Duivendrecht aanstraalt.
# [telefoonnummer 1]. Beide nummers maken gebruik van een van de zendmasten met bereik op de PD. [14]
# [telefoonnummer 1]
conform de verklaringen van [getuige 1] en [betrokkene 2]), deze komt uit de richting van de Karspeldreef.
# [telefoonnummer 1]
[getuige 1] heeft verklaard dat hij nummer 1 zag schieten op de [auto 3] /C1)
opmerking hof: dit is nog geen minuut nadat de [auto 3] met hoge snelheid wegreed)
(
Volgens de verklaring van [getuige 1] was nummer 2 later ter plaatse)
# [telefoonnummer 1], die dan onder bereik valt van een zendmast aan de Elsrijkdreef, ten noorden van de Krootstraat.
# [telefoonnummer 1]
Verklaring [getuige 1] : In Duivendrecht gaf ik de autosleutels aan nummer 1)
Verklaring [getuige 1] : Ik ben daarna met nummer 2 naar [adres 2] in Diemen gereden)
Verklaring [getuige 1] : Ik ben teruggegaan met [getuige 5] )
#[telefoonnummer 5]
# [telefoonnummer 1], dat [getuige 1] en [betrokkene 2] vanaf dat tijdstip in een zwarte [auto 4] achter een [autobus] en een [auto 2] aanreden en dat [getuige 1] en de andere twee nummers tussen 23:01 en 23:07 uur enkele keren zendmasten hebben aangestraald die aangestraald konden worden vanuit de Krootstraat/Krombekstraat, waar de [autobus] en de [auto 2] later zijn aangetroffen.
# [telefoonnummer 1]in korte tijd masten op verschillende locaties aan die aansluiten bij een route die past bij de verklaringen van de getuige [getuige 1] , zoals blijkt uit het bovenstaande overzicht. Deze gegevens en de verklaring van [getuige 1] versterken elkaar. Daar komt bij dat gesteld noch gebleken is dat de afgelegde route past binnen een min of meer vast leefpatroon van de gebruiker. Het verweer dient derhalve te worden verworpen.
- [getuige 1] heeft verklaard dat nummer 2 degene is geweest die hem heeft benaderd met de mededeling dat [getuige 3] Lorencio op 6 mei 2019 een pakketje had ontvangen
- Dit plaatst nummer 2 in de directe omgeving van [getuige 3] Lorencio, die blijkens de hierna te bespreken OVC gesprekken hierover uitgebreid heeft gepraat met een beperkte groep personen, te weten: de verdachte, [getuige 2] , haar nicht [getuige 6] en [getuige 1] .
- [getuige 1] heeft verklaard dat nummer 2 bij zijn moeder thuis over de vloer kwam en dat zijn moeder nummer 2 weleens [bijnaam getuige 2] heeft genoemd, omdat nummer 2 een soortgelijk baardje had.
- [getuige 1] heeft als getuige ter zitting van het hof verklaard dat zijn moeder [getuige 2] weleens [bijnaam getuige 2] heeft genoemd, vanwege zijn baard.
- Hieruit volgt dat [getuige 1] dezelfde persoon heeft aangeduid als nummer 2 én [getuige 2] noemt.
- [getuige 1] heeft verklaard dat hij op 2 mei 2018 eerst in Duivendrecht de autosleutels aan nummer 1 heeft gegeven en daarna met nummer 2 naar [adres 2] in Diemen is gereden, waar [getuige 2] destijds woonde.
- Op 13 februari 2019 heeft [getuige 2] een
voicebericht aan [getuige 1] met als Nederlandse vertaling:
Wat hebben wij veel gesproken.
- op 2 mei 2018 vanaf 23:04 uur in de buurt van de Krootstraat is geweest;
- op 2 mei 2018 om 17:03 uur telefonisch contact heeft gehad met het nummer van de verdachte
- in de nacht van 2 op 3 mei 2018 tweemaal telefonisch contact heeft gehad met
# [telefoonnummer 1]en neemt daarbij de volgende feiten en omstandigheden in aanmerking.
# [telefoonnummer 1]Had op 15 januari 2018 contact met # [telefoonnummer 6] , het vaste telefoonnummer van de moeder van de verdachte.
# [telefoonnummer 1]Had als meest gebruikte zendmast Azaleahof 1 in Duivendrecht, die hoogst waarschijnlijk dekking gaf aan de woning van de verdachte [adres 1] . Verbalisanten hebben de historische gegevens van het door de verdachte betwiste
# [telefoonnummer 1]en het door de verdachte erkende nummer
# [telefoonnummer 4]vergeleken. De nummers gebruikten zendmasten langs dezelfde route, alsof ze met elkaar meereisden. De nummers gebruikten niet tegelijkertijd een zendmast en ook niet net na elkaar zendmasten die ver van elkaar verwijderd waren. Opvallend is dat met
# [telefoonnummer 1]naar het telefoonnummer van de moeder van de verdachte is gebeld en dat dit nummer na 3 mei 2018 niet meer in gebruik is geweest. De verbalisanten concluderen dat het aannemelijk is dat de verdachte de gebruiker was van
# [telefoonnummer 1].
# [telefoonnummer 4]en
# [telefoonnummer 1]aan het begin van die dag nog in het noorden en midden van Nederland in gebruik waren en aan het einde van de dag in het zuiden.
# [telefoonnummer 1]gedurende de periode van 25 december 2017 tot 3 mei 2018. Het hof constateert het volgende:
# [telefoonnummer 1]had 308 keer contact met # [telefoonnummer 3] van [getuige 1] ;
# [telefoonnummer 1]heeft de zendmast op het Azaleahof in Duivendrecht het vaakst aangestraald (309 keer), daarnaast heeft het nummer ook de zendmast aan de Wisselwerking 50-56 in Duivendrecht 155 keer aangestraald. Het adres van de verdachte [adres 1] Duivendrecht viel onder het bereik van deze zendmasten, zoals blijkt uit de in de bewijsmiddelen opgenomen processen-verbaal.
Verder constateert het hof dat
# [telefoonnummer 1]deze zendmasten op al die dagen op verschillende momenten van de dag aanstraalde. Op basis van dit patroon (met name het verspreide gebruik over de dag) is het hof van oordeel dat niet aannemelijk is dat het nummer werd gebruikt door iemand die vaak kort in de omgeving was (bijvoorbeeld voor het ophalen en/of wegzetten van de [autobus] ).
# [telefoonnummer 4]en
# [telefoonnummer 1]binnen een tijdsbestek van een kwartier zijn gebruikt.
# [telefoonnummer 1]naast zijn Belgische telefoonnummer
# [telefoonnummer 4].
# [telefoonnummer 1], de verdachte, en 2 # [telefoonnummer 2] , [getuige 2] , te bellen.
# [telefoonnummer 4]en
# [telefoonnummer 1]en die van de andere daarbij betrokkenen.
# [telefoonnummer 4] ,die dan in de buurt is van Badhoevedorp.
geripttoen hij zich met iemand van de organisatie in de bus bevond:
[getuige 1] wordt opgewacht door blanke mannen die zich voordeden als recherche. Ze kijken in de bus, maar daar valt niets te zien, want er is een verborgen ruimte ('stash'). Er volgt een worsteling. [getuige 1] weet te ontkomen en de man van de eigenaar ook en die zet het op een lopen. Die mannen nemen de auto mee. [getuige 1] wil actie ondernemen, maar die man van de eigenaar niet. [getuige 1] gaat nog steeds met die organisatie om. Ze zijn nu weer een lijn aan het opzetten en daarbij is [getuige 1] weer betrokken.
Ik heb hem mijn vloer gegeven toen ik wegging uit Duivendrecht, toen heb ik telefonisch contact met hem gehad.
# [telefoonnummer 1], verklaarde de verdachte dat hij zijn in Nederland wonende moeder af en toe belde met een prepaid telefoon en dat hij deze telefoon niet elke dag bij zich heeft. Bij het voorhouden van de bevindingen over het nummer
# [telefoonnummer 1]in hoger beroep heeft de verdachte daarnaast verklaard dat in het huis aan [adres 2] in Diemen verscheidene telefoons voor het grijpen lagen. Deze werden door eenieder die toegang had tot de woning gebruikt voor gesprekken naar Suriname en de Dominicaanse Republiek.
# [telefoonnummer 1]naar de plaats delict is gegaan acht het hof onaannemelijk. In dit verband is van belang dat de telefoon op 2 mei 2018 tussen 11:01 uur en 16:17 uur 10 keer heeft aangestraald op zendmasten aan de Wisselwerking 50-56 en aan de Azaleahof 1 in Duivendrecht. Ook om 21:10, 22:52 en 22:56 uur is een van deze zendmasten aangestraald. Van deze zendmasten kan worden aangenomen dat zij konden worden aangestraald vanuit de toenmalige woning van de verdachte aan het adres [adres 1] en niet vanuit de woning aan [adres 2] in Diemen. Dat de telefoon uit de woning aan [adres 2] in Diemen is meegenomen is dan ook niet aannemelijk. Daar komt bij dat uit de historische gegevens niet blijkt dat in de periode van 25 december 2017 tot 3 mei 2018 met het nummer
# [telefoonnummer 1]naar de Dominicaanse Republiek of naar Suriname is gebeld, zodat ook dit niet past in het door de verdachte geschetste scenario.
# [telefoonnummer 1]mee bewoog die avond zou hebben uitgeleend. De verdachte heeft vage verklaringen afgelegd over aan wie hij, naast [getuige 1] , zijn auto uitleende. Van de enige persoon die hij bij naam heeft genoemd, [getuige 2] , kan op basis van de bewijsmiddelen worden vastgesteld dat hij zich vanuit Diemen naar de plaats delict heeft begeven. Deze locatie werd niet aangestraald door de zendmast die
# [telefoonnummer 1]rond dat tijdstip gebruikte. [getuige 1] komt evenmin in aanmerking, omdat hij zich al op de plaats delict bevond en contact heeft opgenomen met
# [telefoonnummer 1], die zich toen op afstand van de plaats delict bevond.
# [telefoonnummer 1]zou bovendien de telefoon ook moeten hebben opgenomen, nu uit het dossier blijkt dat daadwerkelijk contact met de gebruiker van dat nummer tot stand is gekomen. [getuige 2] ontkent bovendien dat hij of anderen telefoons van de verdachte gebruikten. Daarnaast verklaarde de verdachte dat hij de telefoon die in de auto lag gebruikte om zijn moeder af en toe te bellen. Met het nummer
# [telefoonnummer 1]is in de periode van 25 december 2017 tot en met 3 mei 2018 echter slechts één keer gebeld naar een nummer waarvan bekend is dat het in gebruik was bij zijn moeder. Dat zich tussen de contacten nog een ander nummer zou bevinden dat toebehoort aan zijn moeder is gesteld noch gebleken. Daar komt bij dat het nummer, waarmee
# [telefoonnummer 1]het vaakst contact heeft gehad, nummer [telefoonnummer 3] van [getuige 1] was.
# [telefoonnummer 1]slechts enkele minuten op de plaats van het delict aanwezig heeft kunnen zijn, is naar het hof geen ontlastende omstandigheid. De reeks aan incidenten heeft zich immers binnen een zeer korte tijd afgespeeld.
shoppenin de verklaring van de getuige. Bovendien heeft de raadsman opgeworpen dat [getuige 1] degene was die een duidelijk belang had bij het terugpakken van de cocaïne in de gestolen [autobus] , terwijl dit voor de verdachte niet kan worden bewezen. [getuige 1] is volgens de raadsman waarschijnlijk op 2 mei 2018 de schutter geweest.
# [telefoonnummer 1]en # [telefoonnummer 2] , zijn daarna zendmasten gaan aanstralen uit de omgeving van de plaats delict. Dit komt overeen met de verklaring van [getuige 1] dat de gebruikers van deze nummers naar de plaats van het delict zijn gekomen. Nadat
# [telefoonnummer 1]en # [telefoonnummer 2] de plaats van het delict hadden verlaten, komen de zendmastgegevens van
# [telefoonnummer 1](naar Duivendrecht) en # [telefoonnummer 2] (naar Diemen) eveneens overeen met de verklaring van [getuige 1] .
Die mensen kunnen zeggen dat ik het ben, niet jij. Jij kan nooit in die ding komen. Dat jij er iets mee te maken hebt, dat weet niemand.Deze opmerking impliceert volgens het hof dat [getuige 1] de verdachte liet weten dat hij hem niet had verraden en dat ook niet zou doen.
# [telefoonnummer 1] ,door [getuige 1] telkens aangeduid als nummer 1. Dat de verdachte nummer 1 was, vindt bovendien bevestiging in de verklaring van [getuige 1] over het terugbrengen van de auto van nummer 1 en het overhandigen van diens autosleutels aan hem in Duivendrecht, destijds de woonplaats van de verdachte, en het verder rijden met nummer 2 [getuige 2] naar diens woning aan [adres 2] in Diemen. De bevindingen van het telecomverkeer bevestigen de door [getuige 1] genoemde reisbewegingen van die avond.
# [telefoonnummer 4]blijkt verder dat zij na het gebeuren in de Krootstraat na middernacht nog tweemaal contact hebben gehad, zowel een inkomend als een uitgaand gesprek.
hijwas vermoord. Het moest van [bijnaam getuige 1] komen. [getuige 3] heeft sinds drie dagen gedroomd over hetgeen een jaar geleden was gebeurd. [getuige 2] zei dat het een jaar geleden was; de verdachte antwoordde dat het een jaar en drie dagen geleden was. [getuige 2] zei:
je weet het uit je hoofd.
Zij weten dat jullie daar waren; dat [bijnaam getuige 1] daar was, dat weten zij niet. [getuige 2] is daar gekomen en [bijnaam getuige 1] was daar eerder.De verdachte zei
: Ja, hij heeft met hem gesproken.[getuige 2] zei daarop
: Natuurlijk, toen ik daar kwam was alles al gebeurd. [verdachte] was alweer weg. [getuige 2] zei verder dat [bijnaam getuige 1] naar zijn huis is gegaan op de avond dat het is gebeurd.
Ja, je weet het van [slachtoffer 1]. Zij dacht het eerst aan [bijnaam getuige 1] ,
hij weet dat jij (de verdachte) en [getuige 2] daar waren; hij is er bij betrokken tot vandaag.
[slachtoffer 1]heeft genoemd en [getuige 3] dus uit anderen hoofde op de hoogte was van zijn volledige voornaam.
de vader van [getuige 2].
Voordat ik begon te schieten zijn hun weggegaan en [bijnaam getuige 1] heeft me daar gelaten. Die jongen heeft me in de spiegel gezien. Ik ben gaan rennen en hij is teruggekomen. Hij is met mij naar binnen gegaan. Daarna, toen we om de hoek waren, heb ik de sleutel gegeven. De jongen is ons achterna gekomen. Die vriend van mij reed.
Google, dus tijdens zijn gezamenlijk verblijf met de verdachte in diens woning. [getuige 1] heeft toen en daar gezocht op termen als:
Dode in Zuidoost; Dode en gewonde Kraaiennest; Krootstraat dode; Krootstraat dode identiteit en slachtoffer Krootstraat.
hetafkomstig kon zijn. [getuige 3] en [getuige 2] vertelden wat er gebeurd was op 6 mei 2019, waarop [getuige 3] zei:
dat hij daarna zei: ja je weet het: de moord op [slachtoffer 1]. De verdachte zei dat de mensen die het doosje hebben gebracht niet weten van hun aandeel. [getuige 1] :
Je weet hoe de mensen zijn. Voordat je het weet weten ze allemaal dat jij erbij was. De verdachte zei daarop:
Niemand weet het. [getuige 1] antwoordde:
Die mensen kunnen zeggen dat ik het ben, niet jij. Jij kan nooit in die ding komen. Dat jij er iets mee te maken hebt dat weet niemand.
Moeder, ze weten dat ik met [bijnaam getuige 1] bevriend ben. Ze gaan alles analyseren. Ze zullen zeggen het adres waar die vent vroeger woonde; op diezelfde plek hebben ze aangegeven dat het gestolen (is). Die jongen was degene die met die bus reed; ze zullen het raar vinden.
nadat alles al was gebeurden
[verdachte] al weg was. Gelet op de context waarin dit gesprek plaats vond, acht het hof deze uitspraak een sterke aanwijzing dat de verdachte rondom het tijdstip van het schietincident op de plaats van het delict is geweest, hetgeen de verdachte zelf ontkent. Dit OVC gesprek doet dan ook afbreuk aan de geloofwaardigheid van de verdachte.
sessienummer 33niet voor één uitleg vatbaar is. Daartoe heeft zij een door een beëdigde tolk opgestelde Spaanstalige weergave van het gesprek overgelegd en gesteld dat de vertaling van het gesprek de intentie van de verdachte niet juist weergeeft. In het bijzonder bestrijdt de verdachte dat hij toen met het woord
tirarschieten heeft bedoeld. Hij heeft verklaard dat Dominicanen voor schieten het werkwoord
disparargebruiken. De uitlatingen van de verdachte hadden dan ook niet betrekking op het schietincident, maar op een ander moment, toen [getuige 1] de auto van de verdachte had geleend, terwijl de verdachte nog iets in zijn auto had laten liggen. De verdachte zag dat [getuige 1] hem zag in de achteruitkijkspiegel, maar [getuige 1] reed gewoon door. De verdachte heeft [getuige 1] vervolgens gebeld. Het woord
tirarhad hier dan ook vertaald moeten worden als
bellen, aldus de verdachte.
tirarschieten heeft bedoeld.
[getuige 3]noemde. In de contactenlijst kwam onder meer een telefoonnummer voor van de verdachte, dat zij had opgeslagen onder verschillende namen, onder meer:
[naam verdachte]
problemen.
whats appof [getuige 3] zich al wat rustiger voelde. [getuige 3] reageerde met de tekst:
Ik ben in Gods handen. [betrokkene 6] zei:
Vraag aan God (..) dat je morgen je man kan bellen zodat je rustiger bent.
(container 2). Op die plaat is ook cocaïne aangetroffen, hetgeen er volgens de verbalisanten op wijst dat deze daadwerkelijk is gebruikt voor het persen van cocaïne in poedervorm tot een rechthoekig blok.
- [getuige 1] zag de gestolen [autobus] op 2 mei 2018 rijden en belde meteen, om 22:52 uur, de verdachte (en daarna [getuige 2] , nummer 2), met als doel de bus terug te pakken.
- De verdachte bevond zich op dat moment op (enige) afstand van de plek waar de [autobus] reed, getuige het feit dat [getuige 1] hem een aantal keren belde (om 22:56 uur en 23:01 uur) om de locatie van de [autobus] door te geven en de verdachte aldus naar de juiste locatie te geleiden; op laatstgenoemd tijdstip straalde het nummer
- Om 23:06 uur werd een 112-melding gedaan omtrent de schietpartij, waarin de melder aangaf dat zij een man had zien wegrennen; het hof neemt op grond hiervan aan dat de schietpartij kort daarvoor heeft plaatsgevonden.
geripten dat in dat kader al op 28 april 2018 overleg heeft plaatsgevonden tussen onder meer [getuige 1] en de verdachte. Dit gegeven, in combinatie met het feit dat volgens de verklaring van [getuige 1] het logisch was de verdachte te bellen met als doel de [autobus] terug te pakken, duidt er naar het oordeel van het hof op dat deze actie voor de verdachte ook niet als een verrassing kwam of in een opwelling is geschied.
onder 1 ten laste gelegde moordop [slachtoffer 1] en de
onder 2 en 3 ten laste gelegde pogingen moordop [slachtoffer 2] en op [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] wettig en overtuigend bewezen acht.
onder 4 ten laste gelegdewettig en overtuigend bewezen acht dat de verdachte op 2 mei 2018 een (niet nader aan te duiden) vuurwapen en vier patronen voorhanden heeft gehad.
onder 5 ten laste gelegdewettig en overtuigend bewezen.
omdat [getuige 1] had gezegd dat daar in de kringloopwinkel een leuk meisje werkte,
dat hij daar nimmer heeft gezienverwijst het hof, in het licht van alle overige bewijsmiddelen, naar het rijk der fabelen.
# [telefoonnummer 4]op [adres 4] heeft gebruikt. Kennelijk heeft de verdachte een verklaring willen geven voor zijn aanwezigheid daar op die twee dagen.
# [telefoonnummer 1]heeft gebruikt.
einde verhaalwas.
- De container die op 12 april 2018 naar de [adres 4] is gebracht, stond op het bedrijventerrein aan de [adres 3] in Lelystad gestapeld op een andere container, waar ruim een jaar later, op 21 mei 2019 de gestapelde container met de complete inventaris voor een cocaïne wasserij is aangetroffen.
- Het containernummer [opschrift 2] op de factuur van de transporteur [bedrijf 1] ter zake van het containervervoer op 12 april 2018 komt overeen met het containernummer van de gestapelde container die de politie op 21 mei 2019 heeft aangetroffen.
- De verdachte heeft verklaard dat hij de gestapelde container op zijn naam heeft gezet en diverse malen de huur op het bedrijventerrein contant heeft betaald.
- Op de voorwerpen en in de chemische stoffen uit de gestapelde container zijn sporen van cocaïne aangetroffen, op grond waarvan kan worden vastgesteld dat de cocaïne wasserij daadwerkelijk in werking is geweest.
- In de [autobus] is een rechthoekig geperst blok met cocaïne aangetroffen, waarin de letters SPA waren aangebracht. In de gestapelde container zijn persmallen met een plaat aangetroffen met diezelfde letters, die blijkens de daarop gevonden cocaïne sporen is gebruikt bij het vervaardigen van rechthoekige blokken met geperst cocaïne poeder. Bij het samenpersen van het poeder laat deze plaat de tekst SPA achter in het blok poeder.
het ten laste gelegde onder feit 6wettig en overtuigend bewezen acht;
het ten laste gelegde onder feit 7wettig en overtuigend bewezen acht.
feit 6,nu dat feit het eveneens in het kader van de voorbereidingshandelingen ten laste gelegde vervoer van cocaïne in de [autobus] behelst.
# [telefoonnummer 4]en
# [telefoonnummer 1]overweegt het hof als volgt. Op verzoek van de verdediging zijn in hoger beroep de gegevens verstrekt die de politie van de providers heeft ontvangen. Bij de gegevens met betrekking tot nummer
# [telefoonnummer 1]bevonden zich wel de nummers, maar niet de locaties van de zendmasten. Inmiddels zijn deze locaties voor de politie niet meer te achterhalen, zoals naar voren is gebracht in een e-mailbericht van de advocaat-generaal. Het hof is van oordeel dat vanwege het verstrijken van de tijd het ontbreken van deze gegevens niet aan het Openbaar Ministerie valt te verwijten. Ook is het hof van oordeel dat de verdediging met het ontbreken van deze gegevens niet zodanig in haar belangen is geschaad dat geen effectieve verdediging kon worden gevoerd. De resultaten van een analyse van de gegevens zijn vervat in een ambtsedig opgemaakt proces-verbaal. Bovendien waren de locaties van de belangrijkste masten reeds vanaf het begin in het dossier opgenomen. Enige vorm van controle op de conclusies in het proces-verbaal is daarmee wel degelijk mogelijk geweest. De verdediging heeft tenslotte geen concrete aanknopingspunten naar voren gebracht op grond waarvan zou moeten worden getwijfeld aan de juistheid van het proces-verbaal.
5.hij op 21 mei 2019 te Lelystad een wapen van categorie III, te weten een revolver, merk Amadeo Rossi, type 88, kaliber.38 special en munitie van categorie III te weten vijf, kaliber.38 special, S&B, model loden projectiel, voorhanden heeft gehad;
30 jarenmet aftrek van voorarrest, passend en geboden.
- € 6.490,21 aan uitvaartkosten;
- € 190,00 in verband met het omboeken van een vlucht;
- € 752,14 aan vliegtickets.
€ 6.680,21, te vermeerderen met de wettelijke rente. Het hof bepaalt de aanvangstermijn van de wettelijke rente:
€ 1.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 mei 2018.
- € 1.097,05 voor een vliegticket;
- € 121,40 voor een visum en een reisverzekering.
€ 21.200,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 mei 2018.
€ 7.817,95,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 mei 2018.
€ 7.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 mei 2018.
gevangenisstrafvoor de duur van
30 (dertig) jaren.
onttrekking aan het verkeervan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
€ 6.680,21 (zesduizend zeshonderdtachtig euro en eenentwintig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
63 (drieënzestig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
€ 1.000,00 (duizend euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
18 (achttien) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
€ 1.218,45 (duizend tweehonderdachttien euro en vijfenveertig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
20 (twintig) dagen.Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
€ 21.200,00 (eenentwintigduizend tweehonderd euro) bestaande uit € 200,00 (tweehonderd euro) materiële schade en € 21.000,00 (eenentwintigduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
130 (honderddertig) dagen.Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
€ 7.817,95 (zevenduizend achthonderdzeventien euro en vijfennegentig cent) bestaande uit € 317,95 (driehonderdzeventien euro en vijfennegentig cent) materiële schade en € 7.500,00 (zevenduizend vijfhonderd euro) immateriële schade,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
68 (achtenzestig) dagen.Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
€ 7.500,00 (zevenduizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 5.000,00 (vijfduizend euro) aan immateriële schadeaf.
66 (zesenzestig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.