Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Beslissing
7 februari 2023.
Hoge Raad
De verdachte, een belastingadviseur, werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor het meermalen valselijk opmaken van aangiften inkomstenbelasting van cliënten over de jaren 2010 tot en met 2014. Het hof stelde vast dat verdachte niet alleen de 25 aangiften van vijf specifieke cliënten valselijk had ingevuld, maar dat dit een representatief voorbeeld was van een grootschalige fraude waarbij duizenden aangiften onjuist waren ingediend.
De verdediging voerde aan dat het hof ten onrechte rekening had gehouden met onjuiste aangiften die niet aan verdachte ten laste waren gelegd. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof terecht het grootschalige karakter van de fraude als relevante strafverzwarende omstandigheid heeft betrokken bij de strafoplegging, ook al waren niet alle feiten ten laste gelegd.
Het hof legde een gevangenisstraf van 8 maanden op, waarvan een maand werd verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn, en een beroepsverbod van vijf jaar voor het verzorgen van belastingaangiften voor derden. De Hoge Raad bevestigde deze strafoplegging en verwierp het cassatieberoep, waarmee de straf ongewijzigd bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt een gevangenisstraf van 8 maanden en een beroepsverbod van vijf jaar voor de belastingadviseur wegens grootschalige valsheid in geschrift.