ECLI:NL:HR:2022:876
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt beperking rechterlijke toetsing bij box 3-heffing 2017 in massaal bezwaar
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam over de box 3-heffing 2017. De zaak betreft de rechtsvraag over de heffing in het kader van het massaal bezwaar zoals bedoeld in artikel 25c AWR.
De Hoge Raad verwijst naar zijn eerdere beslissing van 2 juli 2021 waarin is bepaald dat rechters in niet-geselecteerde zaken geen oordeel mogen geven over de rechtsvraag die in het massaal bezwaar centraal staat, maar slechts over het individuele bezwaar tegen een buitensporige last. Deze beperking blijft onverkort gelden voor uitspraken vóór de massaal bezwaar-uitspraak van 4 februari 2022.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de juiste maatstaf heeft gehanteerd bij de beoordeling van het individuele bezwaar en dat het oordeel toereikend is gemotiveerd. De klachten van belanghebbende falen en het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het oordeel van het hof over het individuele bezwaar bevestigd.