ECLI:NL:HR:2022:675

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 april 2022
Publicatiedatum
29 april 2022
Zaaknummer
21/04997
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht

Belanghebbende, woonachtig in Marokko, heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep ontvankelijk is. Omdat belanghebbende geen domicilieadres in Nederland had opgegeven, werd zij bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen vier weken.

Het griffierecht werd niet binnen de gestelde termijn voldaan. Hierop is belanghebbende opnieuw aangeschreven en in de gelegenheid gesteld om redenen voor het niet tijdig betalen te geven. Belanghebbende verzocht om ontheffing van betaling wegens betalingsonmacht, maar dit verzoek kwam te laat en voldeed niet aan de criteria zoals vastgesteld in eerdere jurisprudentie.

De Hoge Raad oordeelde dat geen gegronde reden bestond om het verzuim te verontschuldigen en verklaarde het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Dit arrest bevestigt het belang van tijdige betaling van griffierecht en de strikte toepassing van de regels omtrent betalingsonmacht.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van griffierecht en niet voldoen aan criteria betalingsonmacht.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer21/04997
Datum29 april 2022
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z], Marokko, (hierna: belanghebbende)
tegen
de RAAD VAN BESTUUR VAN DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 2 september 2021, nr. 20/2578 ANW-PV [1] .

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Belanghebbende heeft niet gekozen voor een domicilieadres in Nederland.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 14 januari 2022 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet binnen de gestelde termijn voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 23 februari 2022, welke brief eveneens per gewone post is verzonden aan het door belanghebbende opgegeven adres in het buitenland, in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. In een van belanghebbende op 10 maart 2022 via de Centrale Raad van Beroep ontvangen reactie verzoekt zij om ontheffing van betaling van het griffierecht. Voor zover die reactie moet worden opgevat als een beroep op betalingsonmacht, heeft belanghebbende niet voor het einde van de gestelde betalingstermijn aan de griffier kenbaar gemaakt dat zij voldoet aan het criterium voor betalingsonmacht zoals weergegeven in onderdeel 2.3.3 van het arrest van de Hoge Raad van 20 februari 2015 [2] . Hetgeen belanghebbende in de op 10 maart 2022 ontvangen reactie voor het overige aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.
Het beroep in cassatie moet daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2022.