ECLI:NL:HR:2022:641
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Geen fictieve weigering bij uitblijven beslissing verrekening voorlopige aanslag
Belanghebbende had beroep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over de verrekening van een voorlopige aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2017. Tevens verzocht belanghebbende om een dwangsom wegens het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar.
Het hof oordeelde dat tegen een besluit van de ontvanger over de verrekening van bedragen geen bezwaar mogelijk is en dat dit ook geldt voor het uitblijven van een beslissing op een bezwaar tegen een dergelijk verrekeningsbesluit. Belanghebbende stelde hiertegen klachten in cassatie in.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. De Hoge Raad vond dat het niet nodig was om de klachten nader te motiveren omdat zij geen belang hadden voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard; geen fictieve weigering bij uitblijven beslissing verrekening voorlopige aanslag.