ECLI:NL:CRVB:2013:CA0325
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.Th. Wolleswinkel
- H.A.A.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid bestuursrechter bij verzoek schadevergoeding pensioenpremie
Appellant, sinds 1975 werkzaam bij de voormalige gemeente Maasbracht, werkte vanaf 1996 op medische gronden 20 uur per week en ontving een invaliditeitspensioen van het ABP gebaseerd op die uren. Vanaf 2007 werd de gemeente Maasbracht samengevoegd tot Maasgouw. Het college van Maasgouw kwalificeerde betalingen aan appellant voor verlofuren als pensioengevend inkomen, waardoor pensioenpremies werden ingehouden en het ABP het invaliditeitspensioen verlaagde.
Appellant stelde beroep in bij de Commissie van Beroep van het ABP, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens verzocht appellant het college om schadevergoeding wegens foutieve opgave van pensioengevend inkomen, maar het college reageerde niet. Appellant stelde beroep in bij de rechtbank tegen het niet tijdig beslissen op zijn verzoek. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd omdat het verzoek niet leidde tot een besluit in de zin van de Awb.
In hoger beroep betoogde appellant dat de rechtbank ten onrechte onbevoegd was. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de beslissing van het college over het pensioengevend inkomen privaatrechtelijk van aard is en geen Awb-besluit vormt. Hierdoor kan ook een verzoek om schadevergoeding niet als een Awb-besluit worden aangemerkt, en is de bestuursrechter onbevoegd. Het beroep tegen het uitblijven van een beslissing kon daarom niet worden toegewezen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 16 mei 2013.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de bestuursrechter onbevoegd is om te oordelen over het beroep tegen het uitblijven van een beslissing op het verzoek om schadevergoeding wegens pensioenpremie.