ECLI:NL:HR:2022:43
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat lijfrentepremie stakingswinst niet in mindering komt op bijdrage-inkomen Zvw
Belanghebbende had in 2016 zijn onderneming gestaakt en een deel van de stakingswinst omgezet in een lijfrente. Hij bracht de lijfrentepremie in mindering op zijn inkomen uit werk en woning voor de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw). De Inspecteur legde een aanslag op zonder deze aftrek.
De Rechtbank Gelderland oordeelde dat de aanslag juist was, omdat de wetgever onderscheid maakt tussen verschillende categorieën oudedagsvoorzieningen en de stakingslijfrente niet gelijk stelt aan fiscaal aftrekbare premies voor verplichte pensioenregelingen of toevoegingen aan de fiscale oudedagsreserve (FOR).
Belanghebbende stelde in cassatie dat de lijfrentepremie gelijk behandeld moest worden als premies ten laste van de FOR, maar de Hoge Raad verwierp dit. De Hoge Raad wees op de wetsgeschiedenis waaruit blijkt dat de wetgever geen gelijke behandeling van stakingslijfrentes heeft beoogd. Ook het discriminatieverbod werd niet geschonden omdat de wetgever ruime beoordelingsvrijheid heeft.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt dat de premie voor de stakingslijfrente niet in mindering komt op het bijdrage-inkomen voor de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet.