Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
22 januari 2019
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Amsterdam(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende had in zijn aangifte inkomstenbelasting 2013 specifieke zorgkosten als persoonsgebonden aftrek opgevoerd, maar kon deze niet met bewijsstukken onderbouwen. De Inspecteur corrigeerde de aftrek en wees de bezwaren af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde belanghebbende dat de Inspecteur hem vertrouwen had gegeven dat de aftrek in 2013 zou worden geaccepteerd, gelet op de aftrek in omliggende jaren.
Het hof stelde vast dat belanghebbende onvoldoende bewijs had geleverd voor de aftrek, maar dat de Inspecteur ter zitting van de rechtbank op 2 juni 2017 uitlatingen had gedaan die redelijkerwijs door belanghebbende als toezegging konden worden opgevat dat de aftrek in 2013 zou worden toegestaan. Het hof oordeelde dat dit vertrouwen in rechte beschermd moet worden, ondanks dat de Inspecteur later de aftrek in omliggende jaren heeft gecorrigeerd.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en stelde de aanslag 2013 vast op basis van de oorspronkelijke aftrek zoals door belanghebbende opgegeven. Ook vernietigde het hof de beschikking belastingrente. Verzoeken om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van redelijke termijn en andere navorderingsaanslagen werden afgewezen. De Inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en vermindert de aanslag inkomstenbelasting 2013 conform de oorspronkelijke aftrek specifieke zorgkosten, waarbij de beschikking belastingrente wordt vernietigd.