In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) (De rechtsvoorgangster van) ABC en ATI hebben op 11 juli 2008 een overeenkomst gesloten, waarbij ABC zich heeft verbonden om na ontwikkeling door ATI van een racesimulator, € 3.000.000,-- te investeren in ATI voor de verdere ontwikkeling en verkoop van die simulatoren (hierna: de investeringsovereenkomst). Tot zekerheid van de nakoming van de investeringsovereenkomst heeft ABC een groot aantal roerende en onroerende zaken aan ATI “verpand”.
(ii) Als tegenprestatie voor de investering heeft [eiser 2] , de op dat moment enig aandeelhouder van ATI, aan ABC het recht verleend om, zodra de investering voor het onder (i) genoemde bedrag van € 3.000.000,-- had plaatsgevonden, 30 van de 61 aandelen in ATI over te nemen voor de prijs van € 1,-- per aandeel.
(iii) In april 2010 heeft ATI aanspraak gemaakt op de toegezegde € 3.000.000,--. ABC heeft laten weten het genoemde bedrag niet ineens te kunnen voldoen. Tot zekerheid voor de nakoming van de investeringstoezegging door ABC hebben vervolgens ABC c.s. recht van hypotheek verleend op een aantal aan ABC c.s. toebehorende onroerende zaken.
(iv) Ter uitvoering van de investeringstoezegging heeft ABC in de periode van mei tot en met oktober 2010 in totaal € 135.000,-- aan ATI voldaan. In februari 2011 hebben [verweerder 2] en [verweerder 3] een bedrag van € 774.919,-- aan ATI voldaan.
(v) Bij notariële akte van 6 april 2011 heeft ABC een woning en grond (tezamen drie onroerende zaken) aan ATI geleverd, waarbij de koopprijs van € 411.000,-- is verrekend met de schuld van ABC uit de investeringsovereenkomst. Op basis van een koopovereenkomst van 6 februari 2012 heeft ATI op 8 maart 2012 de desbetreffende onroerende zaken teruggeleverd aan ABC.
(vi) Bij verstekvonnis van de rechtbank van koophandel Tongeren (België) van 23 mei 2011 is voor recht verklaard dat ABC haar contractuele verplichtingen voortspruitend uit de investeringsovereenkomst niet nakomt en is ABC onder meer veroordeeld om aan ATI € 2.054.236,94 te betalen.
(vii) Tegen het verstekvonnis van 23 mei 2011 hebben ABC c.s. geen verzet of hoger beroep aangetekend. Wel hebben zij een verzoek gedaan tot herroeping van het verstekvonnis. Bij vonnis van 5 februari 2013 heeft de rechtbank Tongeren ABC c.s. niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek tot herroeping op de grond dat ABC c.s. al voor de bestreden beslissing en voor het vervallen van de termijnen voor de gewone rechtsmiddelen, op de hoogte waren van hetgeen zij aan de herroeping ten grondslag leggen.