ECLI:NL:HR:2021:714
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet digitaal indienen
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 22 oktober 2020. Het beroepschrift werd namens belanghebbende door een beroepsmatig optredende rechtsbijstandverlener per aangetekende brief ingediend. Volgens het Besluit van 6 maart 2019 is digitale indiening verplicht bij cassatieberoepen tegen uitspraken bekendgemaakt op of na 15 april 2020.
De griffier van de Hoge Raad verzocht de indiener bij brief om het beroepschrift alsnog digitaal via het webportaal in te dienen binnen zes weken. Deze brief werd aangetekend verzonden en afgehaald, maar er werd geen gehoor aan gegeven. Hierdoor kon de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren op grond van artikel 8:36a, lid 5, Awb.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en sprak het arrest uit in aanwezigheid van de genoemde raadsheren en de waarnemend griffier. De uitspraak benadrukt het belang van digitale indiening in bestuursrechtelijke cassatieprocedures sinds de invoering van het Besluit digitalisering burgerlijk procesrecht en bestuursprocesrecht.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-digitale indiening.