ECLI:NL:HR:2022:788

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 mei 2022
Publicatiedatum
27 mei 2022
Zaaknummer
21/02780
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart verzoek om herziening niet-ontvankelijk in belastingzaak

In deze zaak heeft belanghebbende een verzoek tot herziening ingediend tegen het arrest van de Hoge Raad van 7 mei 2021. De Hoge Raad heeft het verzoek zorgvuldig beoordeeld en de procureur-generaal de gelegenheid gegeven om advies uit te brengen.

De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het verzoek om herziening duidelijk niet kan slagen. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie maakt de Hoge Raad gebruik van de mogelijkheid om het verzoek zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.

Er is geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is door de Hoge Raad in het openbaar gewezen op 27 mei 2022, waarbij de raadsheren Punt, Faase en Van Eijsden betrokken waren.

Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens duidelijke kansloosheid.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer21/02780
Datum27 mei 2022
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
op het verzoek om herziening van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 7 mei 2021, nr. 20/03636, ECLI:NL:HR:2021:714.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek om herziening

De Hoge Raad heeft het verzoek om herziening beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het verzoek om herziening duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het verzoek zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het verzoek om herziening niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer E.N. Punt als voorzitter, en de raadsheren E.F. Faase en J.A.R. van Eijsden, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2022.