ECLI:NL:GHDHA:2020:2831
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- U.E. Tromp
- J.T. Sanders
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over aftrek specifieke zorgkosten en afwijzing immateriële schadevergoeding
Belanghebbende deed aangifte inkomstenbelasting 2015 en voerde uitgaven voor specifieke zorgkosten op. De Inspecteur weigerde deze aftrek grotendeels wegens onvoldoende bewijs. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en kende een forfaitaire aftrek toe, waarbij de aanslag werd verminderd. Belanghebbende ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
In hoger beroep bevestigde het hof de rechtbankuitspraak. Het hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende bewijs had geleverd voor hogere aftrekposten zoals vervoerskosten en hulpmiddelen. De forfaitaire aftrek voor extra kosten kleding en beddengoed wegens incontinentie werd toegewezen. Het hof wees het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de gemachtigde van belanghebbende mede oorzaak was van de vertraging.
De mondelinge behandeling ging niet door vanwege ziekte van de gemachtigde, zonder uitstelverzoek, en het hof achtte zich voldoende geïnformeerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt de noodzaak van voldoende bewijs voor aftrekposten en benadrukt de invloed van procespartijen op de duur van procedures.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de rechtbankuitspraak en verklaart het hoger beroep ongegrond, waarbij alleen de forfaitaire aftrek voor kleding en beddengoed wordt toegewezen.