ECLI:NL:HR:2021:49
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslag 2015
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 10 juli 2019, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2015 had behandeld.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. Het hof had het geschil inhoudelijk behandeld en de Hoge Raad achtte het niet nodig om nadere motivering te geven, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Daarnaast werden wrakingsverzoeken van belanghebbende afgewezen en werd bepaald dat nieuwe wrakingsverzoeken in deze zaak niet in behandeling worden genomen. De Hoge Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Het arrest werd op 15 januari 2021 in het openbaar gewezen door de raadsheren Fierstra, Wortel en Beukers-van Dooren. Hiermee blijft de belastingaanslag en de daarbij behorende beschikking inzake belastingrente ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof blijft in stand.