ECLI:NL:HR:2021:1763

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 november 2021
Publicatiedatum
25 november 2021
Zaaknummer
20/02922
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt hofuitspraak en bevestigt rechtbankuitspraak inzake onroerendezaakbelasting 2017

Het dagelijks bestuur van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch over een aanslag onroerendezaakbelasting voor het jaar 2017 betreffende een onroerende zaak te [Z]. Belanghebbende voerde verweer tegen het cassatieberoep.

De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep ongegrond te verklaren, maar de Hoge Raad oordeelde anders. De klacht van het bestuur werd gegrond verklaard op basis van een eerdere arrest van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2021:1667).

De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee werd het oordeel van de rechtbank over de aanslag onroerendezaakbelasting bekrachtigd.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond, vernietigt het arrest van het hof en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer20/02922
Datum26 november 2021
ARREST
in de zaak van
het DAGELIJKS BESTUUR VAN DE BELASTINGSAMENWERKING OOST-BRABANT
tegen
[X4] te [Z] (hierna: belanghebbende)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 juli 2020, nr. 19/00687, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant (nr. SHE 18/177) betreffende een aan belanghebbende opgelegde aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente [...] voor het jaar 2017 betreffende de onroerende zaak [d-straat 1] te [Z] .

1.Geding in cassatie

Het dagelijks bestuur van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant, vertegenwoordigd door [P], heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een klacht aangevoerd.
Belanghebbende, vertegenwoordigd door G. Gieben, heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman heeft op 4 augustus 2021 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie. [1]
Het Bestuur heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van de klacht

De klacht slaagt op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 20/02917 (ECLI:NL:HR:2021:1667), waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- verklaart het beroep in cassatie gegrond,
- vernietigt de uitspraak van het Hof, en
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel, A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, M.T. Boerlage en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2021.